|
Agia Triáda (Stavropéda) - Aládou - Sasá - Moní Panachrántou - Messariá |
||
| Beoordeling: Deze wandeling geeft je
de mogelijkheid dwars door het binnenland van Andros te wandelen, op de
zuidelijke kant van de brede vallei van de Megálos Potamós. Dit is de
waarschijnlijk laagste doorsteek van het eiland, die ongeveer op een
hoogte van 200 - 300 m verloopt, behalve in de buurt van het Panachrántou-klooster,
dat op een hoogte van 500 m ligt. De wandelingen via Pitrofós (tot 500
m) en zeker die via de Profítis Ilías (tot 900 m) gaan veel hoger.
Maar deze wandeling is niet zo interessant als de 2 andere, zeker als je
het klooster al via een andere weg hebt bezocht. Enkele jaren geleden was het stuk tussen Sasá en het klooster voor een groot deel sterk overgroeid en heel moeilijk begaanbaar, maar gelukkig is dit traject onlangs vrijgemaakt. De wandeling is, in tegenstelling tot vele andere op Andros, niet gemarkeerd - soms zie je wel rode stippen of pijlen. Verdient ***. [Bijgewerkt in juni 2010 door Jean-Paul Ovigne en Georges Roubaud.] Tijd: Het kost 70 minuten om Sasá te bereiken en daarna is het nog 25 minuten tot aan het klooster. De afdaling naar Messariá vraagt dan weer 70 minuten, altijd zuivere wandeltijd. Dat brengt ons op een totaal van 2u45 (EWT) - wij hebben er met een picknickpauze en een rustig bezoek aan het klooster een kleine 5 uur (TWT) over gedaan. Als je deze tocht combineert met wandeling 1. Agia Triáda - Zagorá, dan wordt het toch nog een volle dag. Routebeschrijving: [De bussen van Batsí naar Chóra of Ormos Korthíou stoppen aan het kruispunt Stavrópeda, waar de weg naar Chóra en Ormos Korthíou splitst. De bus die om half negen uit Chóra vertrekt, komt in Stavropéda aan tussen 9u00 en 9u15.](0u00) We moeten de asfaltweg enkele honderden meter volgen in de richting van Ormos Korthíou; dan zien we aan onze rechter kant een kleine kapel, toegewijd aan Agia Triáda (de Heilige Drievuldigheid). Rechtover de kapel en aan de linker kant van de weg begint ons pad, tussen muurtjes: het loopt oost-noord-oost en we zien zelfs de zee aan de overkant van het eiland. [Rechts loopt een betonnen laantje naar de kapel. Hier start de wandeling [7] naar Zagorá; een bord rechts van de weg wijst trouwens naar de archeologische site van Zagorá. Ben je vroeg genoeg, dan kun je deze korte wandeling van twee keer 30 minuten gerust combineren met de wandeling naar Messariá.] We starten dus op het pad links van de weg, in oostelijke richting. Bijna direct is er links een ander pad, maar we gaan rechtdoor. Het pad is rotsachtig en in het begin smal, maar verder is het goed begaanbaar. Na 8 minuten dalen we af, 2 minuten verder gaan we links (een duidelijke rode stip) en steken we een dun sliertje water van een beekje over, tussen oleanders. Nog eens 8 minuten daarna gaat het pad, over een kort stuk drassig, door een tweede valleitje en dan volgt een mooi, vlak stuk. Na weer 11 minuten gaan we door een derde, droog valleitje. We klimmen er uit en gaan dan weer nagenoeg vlak verder. (0u30) Direct
voorbij het dalletje evenwel is het pad opzettelijk versperd met een
nagenoeg onoverkomelijke barrière van takken!
We moeten dan ook over de muur links van ons om het obstakel te omzeilen
via de terrasjes. Ongeveer 100 m verder is er een soort bres in de muur:
de gaan er op treden terug naar het monopati, net voor we bij een geheel
van stallen komen. (0u36) We zien een kapel voor ons, negeren een overgroeid pad rechts (rode pijl rechtdoor) en ook een overgroeide afslag links naar die kapel gaan we rechtdoor voorbij. Zo komen we langs de kapel van de Profítis Ilías: een klein hekje leidt er naar toe; een mooi afdak geeft schaduw en koelte - een mooie picknickplek als je ook al de wandeling naar Zagorá achter de rug hebt? We genieten ook even van het mooie uitzicht op de overkant van de brede vallei: achter de antenne en de hoogspanning links loopt het pad van wandeling [9], in het midden zien we Pitrofós, meer naar rechts Ménites en Strapouriés, met eronder in de vallei Aladinó. Voorbij de kapel volgen we nog 1-2 minuten met moeite het pad dat versperd is door vele struiken en een instorting - tot we op een asfaltweg komen die van Zaganiáris komt. We volgen hem links: hij buigt naar een dalletje, slingert door de enkele huizen van Aládou en vervolgt dan nog 7-8 minuten licht stijgend. Bij de grote bocht naar links gaat deze weg het dal in, maar wij gaan op een vrij brede weg rechtdoor, altijd door rode stippen begeleid. Vier minuten verder en terwijl we nog even het hele dal kunnen overzien tot Chóra, draaien we meer naar rechts en verschijnt de verspreide bebouwing van Sasá - op sommige kaarten ook Orinó genoemd. Rechts van de kerk die we al van hier zien zal het vervolg van ons pad starten. Maar eerst moeten we nog op de grindweg de hele bocht naar rechts en dan naar links volgen, rond het dal. Opgelet: 15 minuten na de splitsing en enkele honderden meter voor de (nu onzichtbare) kerk gaan we op een mooie trap rechts (rode stip en pijl); even verder houden we links en dan blijven we 2 minuten rechtdoor lopen in de richting van de kerk, zonder op de afslagen naar de hoger gelegen huizen te letten. Enkele tientallen meter voor de kerk is er een betonnen trap rechts: er is een rode pijl en vooral het veelbelovende marmeren bordje "Iera odós pros iera moní Panachrántou" - de "heilige weg naar het heilig klooster van Panachrántou".
De veelbelovende aankondiging van de "iera odós". (1u08) In het begin stelt deze "heilige weg" wat teleur: er ligt
veel vuil en een koe loopt ons een tijdje in de weg, maar later wordt
het toch een mooi en soms beschaduwd pad. Enkele jaren geleden werd het
pad gauw onbegaanbaar, door omgevallen bomen en een dichte begroeiing
die elke vordering heel moeilijk maakte. Maar nu is er veel veranderd:
in 2010 is de weg helemaal vrijgemaakt.
De hopen takken die naast het pad zijn gegooid bewijzen hoe moeilijk het
vroeger was dit pad te volgen!
Hier is het pad nog goed begaanbaar... Gauw zien we het klooster mooi voor ons liggen, gelukkig niet eens zo ver meer af...
Uitzicht op het Panachrántou-klooster. |
Zo komen we bij het parkeerterrein naast het klooster en via de moderne witte boog die de ingang tot het klooster vormt, dalen we de trap af; zo komen we op het mooie terras met de grote platanen. (1u33)
De binnenkoer van het klooster. Het Iera Moní Panachrántou - ook soms Agios Panteleïmonas genoemd - ligt op een hoogte van 500 m; één van de 6 monniken die er nog leven ontvangt ons met fris water en loukoum en leidt ons rond. Hij zegt dat het klooster van de 10de eeuw dateert, maar de oudste historische aanwijzingen gaan terug tot de 16de eeuw. In de kerk is er een prachtig icoon en een mooie houten ikonostási uit de 18de eeuw. Op de binnenplaatsen stroomt er water uit de bronnen en ook de grote eetzaal en de oude keuken zijn heel interessant. Jammer genoeg is de rijke bibliotheek niet toegankelijk.
De rijk bewerkte ikonostási in het Panachrántou-klooster. Bij het rondwandelen moet je zeker ook tot helemaal boven wandelen: het uitzicht boven op de terrassen is heel mooi.
Uitzicht op de koepel van de kerk. Helemaal diep ligt Chóra. (1u33) Voor de terugkeer gaan we, voorbij de toegangsboog, dus scherp naar links om zo de asfaltweg te volgen langs de zij- en achterkant van het klooster. In de bocht van de weg, met rechts een bron, gaat het pad rechtdoor onder bomen verder - in oktober 2009 was er hier totaal geen aanduiding meer (het vroegere wandelbord "Gefíri Stichioménis 50' / Messariá 1u10" is verdwenen). Pas in de eerste bocht vinden we de markering [1]. Vanaf nu is de weg heel vanzelfsprekend, omdat het pad heel goed
gemarkeerd is:
Het uitkijkpunt met een mooi panorama over Fállika.
- (1u58) na nog 135 treden komen we bij het eerste zijpad links
dat naar de ruïnes van het verlaten dorp Pétrias leidt - we gaan
natuurlijk rechtdoor (2u11) Na weer 2 minuten komen we op een grazige splitsing tussen muren, waar rechts een alternatief pad naar Chóra gaat, via Livádia, beschreven in de wandeling Chóra - Panachrántou - Livádia - Chóra. We gaan nu dus rechtdoor (rode stip en [1]): het prachtige pad daalt vlug af via ontelbare trappen in de smalle vallei onder Fállika. Na 10 minuten komen we midden de bloeiende oleanders in de bedding terecht (12 mei 2005) en we volgende die enkele minuten. Zo komen we bij de prachtige Stichioméni-boogbrug over de Megálos Potamós, waarin die kleine zijbedding terecht komt. Even rusten en uitkijken in het water naar kikkers en schildpadden...
De brug van Stichioméni op het pad naar Messariá. (2u24) Over de brug dalen we rechts naar de bedding af die we stroomafwaarts rechts van de muur volgen - even tussen de oleanders en andere struiken naast het water, maar gauw vinden we links trap en pad terug en zo stijgen we boven de vallei uit. Vijf minuten na de brug gaan we rechtdoor en NIET links steil omhoog. Wat verder volgt een stevige klim en na 14 minuten wordt ons pad een smal grindwegje, dat beton wordt en op asfaltweg uitkomt. We gaan rechtdoor verder op een overgroeid pad dat gauw beter wordt en op de hoofdstraat van Messariá uitkomt bij de woontoren Kaïri. (2u42) Even rechts en we komen bij de taverne Diónysos; is deze taverne gesloten, dan is er wat verder rechts, even voorbij de kerk, een oud cafeetje + winkel dat bijna altijd open is. Hier kun je op de bus uit Gávrio en Batsí wachten - in het voorjaar was er nog een late bus omstreeks 19 uur. Eventueel kun je ook een taxi bellen. [De echte wandelfanaat kan te voet verder naar Chóra, dat kost je eventueel nog anderhalf uur wandelen. Zie hiervoor het laatste deel van mijn wandeling Chóra - Moní Panachrántou.]
De woontoren Káïri in Messariá. Voor
de printbare versie |
|