Bezocht in 2006

Wandelen en trekken op ANAFI

HOME

WANDELEN ALGEMENE
INLICHTINGEN

LINKS ANAFI

BOTEN ANAFI
   - Arsinoï
(buiten gebruik) 

WANDELINGEN

(laatste aanpassing op 10 februari 2010))

1. Chóra - Kastélli - Panagía tou Dókari -  Roúkounas ***

2. In en rond Chóra

3. Moní Zoödóchou Pigís - Panagía Kalamiótissa ****

Anáfi is een klein eiland (38 km2), en ook het meest zuidoostelijk gelegen eiland van de Cycladen. Door deze afgelegen ligging is het nog niet aangetast door het toerisme, een schril contrast met het nabijgelegen Santoríni.

Volgens de mythologie dook het eiland "Anaphè" op bevel van de god Apollo uit de golven op om Iasoon en de Argonauten een onderkomen te bieden na een zware storm.
De zware uitbarsting in de jaren 1650 v.Chr., die Santorini en zijn vulkaan zijn huidig spectaculair uitzicht bezorgde, deed ook hier en daar dunne laagjes puimsteen op Anáfi neerdalen. Later liep de geschiedenis van Anáfi parallel met die van de andere Cycladen: zo werd het in 1207 ook door Marco Sanudo, vorst van het Latijns-Venetiaanse staatje Náxos, ingelijfd en werd het Turks in 1537.
Doordat het eiland veel van pirateninvallen te lijden had, ontvolkte het bijna helemaal - dat verklaart ook nu nog de afwezigheid van terrassen voor landbouw en van ezelspaden. In 1956 onderging Anáfi hetzelfde lot als Santoríni en werd het zwaar verwoest door de aardbeving.

Het kleine eiland is heel bergachtig met een relatief hoge bergtop - de Vìgla is 585 m hoog. Het binnenland is heel dor, maar toch vallen de diepe en nauwe valleien op door een dichte begroeiing met allerlei grote cactussen.

Vroeger waren er weinig bootverbindingen met Anáfi, maar de laatste tijd treedt het eiland toch wat uit zijn isolement.
Voor het ogenblik zijn er twee maal per week verbindingen vanuit de Piraeus over Santoríni naar Anáfi, om dan verder te gaan naar Kássos, Kárpathos, Chalkí en Ródos (met de Ierápetra of de Prevélis); één maal per week verzorgt de Vintsentsos Kornáros de route over Mílos, Folégandros, Síkinos, Ios en Santoríni, ook tot in Anáfi.
Bovendien zorgt ook de Aiolos Kentéris II (opvolger van de Panagía Tinoú) voor verbindingen tussen Anáfi en Santoríni, Thirasiá, Ios, Síkinos, Folégandros, Náxos, Páros en Sýros, en dit ook twee maal per week.
Ten slotte waren er, vroeger althans, bijna dagelijks verbindingen met Santoríni en de naburige eilanden, o.a. verzorgd door de oude, maar vrij stipte Níssos Thíra (de vroegere Níssos Kýthira, waarvan men overal de eerste twee letters overgeverfd had...). De laatste jaren verzorgde de kleine Arsinoï, van de rederij Saos, deze lijn, maar voor het ogenblijk lijkt die niet in dienst te zijn... (toestand februari 2010).

De afstand vanaf de Piraeus bedraagt 150 zeemijl, zowat 280 km, zodat de overtocht lang duurt, tot 12 - 14 uur. Het is dan ook interessanter om vanuit de Piraeus een snelle overtocht te maken naar Santoríni en van daaruit de resterende 12 zeemijl naar Anáfi in 2 uur te overbruggen...  

Het haventje van Agios Nikólaos is heel klein en is door een asfaltweg met het hoofdstadje Chóra verbonden. Door zijn amfitheatervormige ligging en door de windmolens op de helling van de heuvel is Chóra heel pittoresk en aantrekkelijk. Opvallend is dat de meeste huizen, ook de nieuwere, met een gewelfd dak gebouwd zijn - wat beter weerstand biedt tegen aardbevingen. Ook de vele bakovens vallen op, hoewel ze nog heel weinig gebruikt worden. In totaal wonen er in de twee dorpen slechts 300 mensen.

Het kleine eiland biedt ook enkele interessante archeologische plekken. Op de helling van de Kastélli (325 m) liggen enkele overblijfselen van het oude Anaphè; iets lager staat de kapel van Panagía tou Dókari, met ervoor een heel mooie Romeinse sarcofaag.
Het indrukwekkendst zijn ongetwijfeld de twee kloosters op de oostelijke punt van het eiland: het klooster van Panagía Zoödóchou Pigís aan de voet en het hoge klooster van Panagía i Kalamiótissa op de flank van de 450-meter hoge Kálamos. Het grote klooster van Zoödóchos Pigí is gebouwd op de resten van de tempel van Apollo en heeft grote delen van de oude tempelmuur in de nieuwe muren verwerkt. Het grote feest (de Panagíri) gaat hier door op 8 september. Het hoge klooster van Panagía i Kalamiótissa ligt schitterend op één van de toppen van de Kálamos (vandaar de naam). Het uitzicht alleen al (soms tot Kreta, meestal met alle omringende Cycladen, waarbij Amorgós mét zicht op het klooster van Panagía Chozoviótissa het meest in het oog valt!) is de moeite van de reis naar Anáfi waard.

Anáfi bezit ook enkele heel mooie stranden op de zuidkust, met o.a. dat van Roúkounas, het langste, dat van Klisídi (het dichtste, te voet te bereiken) en de strandjes onder Agii Anárgyri, te voet te bereiken vanaf het klooster Zoödóchos Pigí.
Er is een goede busverbinding tussen Chóra en het klooster, die je ook de stranden van Roúkounas en onder Agii Anárgyri laat bereiken.

Anáfi is zeker niet het interessantste eiland om te wandelen, maar de wandeling naar Panagía i Kalamiótissa is toch wel uitzonderlijk. Echte oude kalderímia zul je op het eiland niet aantreffen, maar de bestaande paden zijn vrij goed te vinden - hoewel er weinig aanduidingen zijn.

Er bestaan nagenoeg geen kaarten van Anáfi - de Road-kaart nr 116 is nergens te krijgen en naar het schijnt uitgeput - en het eenvoudige kaartje dat je gratis op het eiland vindt is heel rudimentair. 
In maart 2010 zal er wel een kaart in de reeks van Terrain Maps verschijnen...

Naast de inlichtingen die je op deze website vindt, kun je ook terecht voor wandelinlichtingen in het interessante wandelboekje van Dieter Graff "Santorini, Sifnos and the western and southern Cyclades".

Anáfi van op zee, een typisch profiel

Algemeen zicht op Chóra

 Chóra van op zee

De prachtige ligging van het klooster Zoödóchos Pigí

De Panagía i Kalamiótissa op de Kálamosberg

Uitzicht van bij de Panagía i Kalamiótissa

De Romeinse sarcofaag bij de Panagía tou Dókari

Het mooie strand van Roúkounas

Eén van de weinige groene plekken van Anáfi