Apíranthos - Moní - Chalkí - Filóti (de vier-dorpenroute) |
||
| Beoordeling: Als je over
niet zo veel tijd beschikt op Náxos, en je wil vier van de mooiste
dorpen in één dag bereiken, dan is dit misschien een geschikte
wandeling voor je. We starten in het mooie Apíranthos, gaan opzij van
de Fanári in een groots landschap naar Moní en wandelen dan langs
enkele schitterende kerkjes via Chalkí naar Filóti. Uiteraard verdient
deze gecombineerde wandeling *** .
Tijd: De wandeling vergt ongeveer anderhalf uur tot in Moní, daarna is het (via Drosianí) nog 70 minuten naar Chalkí en dan nog een half uur tot in Filóti. Een goede drie uur effectieve wandeltijd dus, wat in realiteit dus een 6-tal uren betekent. Maar in Apíranthos, Chalkí en Filóti moet je natuurlijk ook wat rondkijken, zodat het al bij al een heel lange en drukke dag zal worden. Soms is er maar één enkele bus naar Apíranthos (om half tien vanuit Chóra), en dat is eigenlijk te laat voor deze vrij lange wandeling - een taxi nemen voor de heenreis is misschien aangewezen... Routebeschrijving: Stap niet uit bij de eerste bushaltes in Apíranthos, maar wacht tot de bus na het beschrijven van een grote bocht bij het verste deel van het dorp aankomt, bij de kerk Kímissis tis Theotókou links en het groot oorlogsmonument rechts.Vanaf die hoofdbushalte ga je het dorp in, waar je eventueel eerst wat kunt rondslenteren. [Je komt eerst op een langwerpig pleintje met het winkeltje van "The Aperinthian women's association" met allerlei weefsels, met enkele hippe cafés en met de workshop "Apiranthos Art". Het plein gaat over in een mooie, met marmer betegelde straat: links ligt het café Samarádiko met een mooi terras en we komen voorbij het heel smalle kerkje van Agios Sardónis. Even verder ligt het archeologisch museum opgericht door Michaďl Bardáni: je ziet er heel veel kleine Cycladische beeldjes, een kleivaasje uit het 3de millennium v.Chr., een geometrische tripodos uit de 8ste eeuw, voorhistorische stenen werktuigen, bronzen speerpunten, enz.
De platía van Apíranthos.
Daarna bereik je een kleine platía met mooie huizen uit 1846 en 1897; erboven
zie je het folkloremuseum, bestaande uit drie kamers van een niet zo oud huis:
in de woonkamer, de keuken en de slaapkamer zie je allerlei traditionele
voorwerpen en werktuigen. Je kunt daarna nog even de straat verder langs
wandelen, om dan terug te keren naar je vertrekpunt. Voor de start van de eigenlijke wandeling moet je op het mooie pleintje, rechtover de kerk Kímissis tis Theotókou (dus aan de rechterkant van het pleintje komende van de asfaltweg), de marmeren trap omhoog nemen; zo loop je het dorp door, rechts en links slingerend, tot je bij de hoogste noordwestelijke rand van Apíranthos komt, rechts van de eerst onzichtbare kerk van Agia Paraskeví, met de witte koepel. Rode stippen wijzen je al de weg.
Boven Apíranthos, het kerkje van Agia Paraskeví. Rechts van het kerkje volgen we een betonwegje dat onder de resten van een molen door loopt en dan links hoger in noordwestelijke richting gaat, tot we na 200 meter voorbij een grote citerne komen. Hier gaat het pad scherp naar links en omhoog (rode pijl en stip); even verder gaan we door een traliehekken en daarna slingert het heel mooie pad verder omhoog. De steunmuren van het monopáti zijn nog goed te zien, maar ook de rode stippen zijn nuttig. Het gaat vrij steil omhoog en achter ons zie je dat Apíranthos vrij uitgestrekt is en eigenlijk uit twee delen bestaat; voorbij het dorp hebben we naar het zuidoosten toe een prachtig zicht op Donoússa (links), Amorgós en achter de heuvel de andere eremonisiá (de kleine eilanden tussen Amorgós en Náxos). Na 6 minuten steil klimmen gaan we weer door een traliehek en dan loopt het pad verder tussen muren. We wandelen nu weer op een prachtig stenen monopáti en wat verderop waan je je op een groene helling van de Alpen. Een kleine tien minuten na het hek is er een duidelijke splitsing: een rode pijl wijst voor de beklimming van de Fanári scherp naar rechts, maar daar hebben we nu geen tijd voor: we gaan dus rechtdoor en een eindje verder komen we op een grindweg uit. We bereiken een winderige pas, waar we een prachtig zicht hebben op de vallei voor ons; we dalen verder in de richting van een rotsachtige heuvel, met 2 grote weiden, muren en stallen - onderaan zien we goed het trappenpad lopen. Na 8 minuten grindweg, in een bocht - er is een steenmannetje, Filóti lijkt wel dichtbij te liggen... - , nemen we het pad rechts naast de muur en we volgen het pad dat nu rechts van de muur loopt (rode pijl). Na enkele minuten begint een schitterende afdaling op een slingerend rotspad in een groots landschap: rechts zien we de steile flank van de Fanári, voor ons ligt de prachtige vallei met Moní en Chalkí (onzichtbaar links). Eerst is de omgeving heel rotsachtig, daarna volgen er velden met olijfbomen. Met een beetje geluk zie je arenden boven je cirkelen en je kunt ook de details van het landschap voor ons uitzoeken: links van Moní zie je Drosianí liggen, rechts van Rachídi kun je de basiliek ontwaren, en in de diepte zie je het pad dat we straks tussen de muren zullen volgen...
Het monopáti dat voorbij de Fanári naar beneden slingert. Verder volgt weer een schitterende afdaling op een slingerend pad; we dalen steil in een grandioos landschap! Na een kwartier afdalen, begeleid door rode stippen en pijlen, komen we tegen een muur aan. We gaan even rechts en dan weer links tussen de muren, lopen over een brede, rotsachtige strook waar misschien soms water loopt en houden na 4 minuten weer wat rechts om zo in een echte, droge stroombedding terecht te komen, tussen oleanders. We blijven deze bedding, bezaaid met grote stenen, zo'n 200 meter volgen en blijven rechts van enkele veldjes met veel machaires-bloemen ("machairi" = mes). Waar de bedding versmalt gaan we schuin rechts op rotsachtig terrein omhoog (rode pijl) en even verder weer links tussen muren (rode pijl), op het rotsachtige pad dat we daarstraks vanuit de hoogte zagen. Er volgt nu een aangenaam aarden pad, dat tussen stallen en kuddes geiten loopt, en dat boven de vallei met olijfbomen een grote bocht naar links beschrijft. Na ongeveer 7 minuten komen we op enkele veldjes terecht, maar de rode stippen (zelfs op bomen) wijzen ons goed de weg. Na in totaal 10 minuten komen we even op een karrenspoor of weg terecht, die we rechts volgen, maar bijna direct gaan we rechts op een veld en dan rechts omhoog (rode pijlen), rechts van een muurtje met een traliehek er bovenop.
Panorama op Moní. We volgen nu 10 minuten een smal en slingerend pad over veldjes en muurtjes en lopen zo rond de vallei. Ten slotte klimmen we naar beneden in een rotsbedding waar een beekje loopt (25 mei 2004). Ongeveer 1 minuut stappen we als het ware in het water van de bedding, tot we rechts uit de bedding kunnen op een mooi pad tussen een hoge en een lage muur; enkele grote instortingen maken het ons nog wat moeilijk, maar het pad blijft heel duidelijk en draait recht naar Moní. We moeten dan nog een klein valleitje oversteken, openen een traliehek en gaan over een betonnen brugje. We volgen nog een 5 minuten een aarden pad, gaan nog door een allerlaatste kleine vallei en langs een wasplaats, en komen zo op een laantje bij het begin van het dorp uit. We slingeren wat door een verlaten deel van Moní (er zijn nog altijd rode stippen!), lopen langs enkele kapelletjes en komen zo uit op een pleintje met een boom en een telefooncel. [Links/rechtdoor loopt de Odós 28 Oktovríou, waar we bij huis nummer 55 steil links kunnen afdalen om zo via Kalóksilos naar Chalkí te wandelen (zie het tweede deel van de wandeling Chalkí - Moní - Chalkí in wijzerzin).] Wij verkiezen vandaag naar Chalkí verder te gaan via Drosianí en gaan van op het pleintje het straatje rechts/rechtdoor naar het centrum van Moní. Na 50 meter, aan het einde van de straat, hebben we links een mooi zicht op de vallei, met helemaal links nog de Fanári, met Filóti en Damariónas. Verder in de straat liggen rechts O Parádisos en links To Panórama, een echt Grieks café-restaurant, waar je van op het balkon een mooi uitzicht hebt. Van op het balkon van het café zien we trouwens de witte bovenbouw van de Panagía Drosianí, waar we naartoe moeten en ook beneden ons de blauwe koepel van de kerk waar het tweede deel van onze wandeling begint. Buiten To Panórama gaan we dus terug naar rechts bijna tot aan het einde van de straat en dalen daar de trappen rechts af tot links van de kerk. Aan de zuidkant van de kerk gaat er een straat naar rechts die gauw met trappen in een brede boog naar links het dorp uitgaat. We volgen deze mooie en soms heel brede trap gedurende 5 minuten, dan gaan we bij de splitsing rechts. Even loopt het pad vlak verder en wordt het zanderig en zo komen we links van de kerk van de Panagía i Drosianí.
De Panagia i Drosiani. |
De Panagía i Drosianí (Onze Lieve Vrouw van de Dauw - volgens de legende wordt de beroemde icoon van Onze Lieve Vrouw nat telkens als de streek in nood of gevaar verkeert) is een vroegchristelijke kerk die waarschijnlijk teruggaat tot de 6de eeuw; de beroemde fresco's die hier te zien zijn dateren van de 6de of 7de eeuw. De kerk is gelukkig vaak open; je kunt er een boekje (in het Grieks en Engels) kopen met uitleg en mooie afbeeldingen van de icoon en van de fresco's. Van bij de kerk dalen we het geplaveide pad af, steken de asfaltweg over en nemen het pad rechtover (duidelijke stippen). Ons pad daalt mooi en via steile trappen af, komt in een kleine, droge bedding terecht die we naar links volgen (rood pijltje links) en volgt deze bedding enkele minuten. Uiteindelijk lopen we - maar niet te vroeg! - op de linkeroever en wordt het monopáti weer heel mooi. We steken een beekje met water over en gaan links omhoog; zo gaat het nog praktisch vlak verder gedurende 3-4 minuten tot we op een open ruimte komen met links van ons een betonnen helling. Voor ons dalen we enkele treden af en gaan links van een muur (met stippen) verder. Het wat overgroeide pad (vooral in het voorjaar) komt naast een rivier terecht en komt er op een mooie plek in uit - we volgen de droge bedding naar links. Nu is het even opletten: we volgen de mooie bedding met oleanders gedurende exact 6 minuten; bij de hoek van een muur (met rode stip en pijl) klauteren we omhoog op een schuine rots en gaan we op een mooi pad nog 3 minuten verder. Dan komen we op een stuk grindweg uit - 50 meter verder is er een wit gebouwtje - en hier moeten we rechts omhoog naar de kerk van de Panagía Rachidiótissa, die gesloten is. Deze mooie plek nodig ons uit om wat te rusten... Rechts van de kerk (en dus NIET terugkerend naar beneden) gaan we op een mooi pad verder tussen muren. Na 50 meter buigen we naar links en beneden voor ons kunnen we met enige moeite de geruďneerde basilica van Agios Isidóros zien liggen; even verder gaat er trouwens een pad naar rechts van waar we nog beter de basilica kunnen gaan zien. Wij moeten hier evenwel verder rechtdoor en dalen nog af, waarbij we op het wat overgroeide pad blijven. Na weer 3 minuten houden we nog altijd links en we lopen nu tussen prachtige, grote eikenbomen. Na nog eens 3 minuten komen we bij een duidelijke splitsing: het pad links loopt naar de hoofdvallei en zo terug naar de Panagía Rachidiótissa, wij moeten natuurlijk rechts; we lopen nog 3 minuten rechts van een heel hoge muur en dan komen we terecht tussen de verlaten huizen van Rachí en zo bij de kerk. Hier nemen we het smalle straatje links (rode stip) tussen huizen door en komen na 2 minuten bij een zwart hekken, waar we links kunnen afdalen in de "hoofdstraat". We dalen deze betonweg door het dorp verder af, over de brug wordt de weg breder en beschrijft hij een bocht naar rechts. In de volgende bocht naar links gaan we op een groen pad tussen muren rechtdoor (wegwijzer); bij een splitsing gaan we rechts, en verder weer rechts en over een omgewoelde strook land, om zo bij de prachtige kerk te komen van Agios Geórgios o Diassorítis (of de Heilige Joris de Redder), gelegen midden de olijfbomen. Deze kerk zou één van de oudste christelijke gebouwen op het eiland zijn en dateert uit de 11de eeuw. Soms is de kerk open, maar zeker niet op maandag.
De kerk van Agios Geórgios o Diassoritis. Van bij de kerk keren we terug, richting Chalkí: terug over de omgewoelde strook, even verder links houden (het pad rechts loopt naar Tsikalarió) en bij de volgende splitsing rechts: met enige moeite en met natte voeten volgen we het overstroomde pad (mei 2004) tot bij het kerkje Agia Marína. De kapel is werkelijk bovenop een bron met veel water gebouwd, zelfs de vloer ligt nat! We gaan hier rechts en volgen 5 minuten lang een kronkelende weg, begeleid door rode stippen. Net voor het dorp van Chalkí steken we een betonweg over, gaan rechtdoor en komen zo terecht tegen de gevel aan van het Ergostásio Kítrou van Vallandris. Het gaat hier om één van de distillerieën van Naxos waar het beroemde citroendrankje wordt gemaakt. De werkplaats is een bezoekje waard; je kunt er ook allerlei variaties van deze lekkere drank kopen. Vóór Vallandris ga je nog even rechts en dan weer links en dan ben je op het mooie en aangename terras van de bekendste taverne van Chalkí, O Giánnis. [Heb je Chalkí nog niet bezocht, dan moet je hier natuurlijk ook een kijkje nemen: het winkelstraatje van bij O Giánnis nemend, kom je in de omgeving van de kerk Panagía i Evangelístria i Protótronos uit: ze herbergt mooie wandschilderingen en vooral een schitterende ikonostási, maar ze is jammer genoeg meestal gesloten. Het meest kans heb je in de vooravond: dan kun je de papás soms de kerk zien openen om de vespers te zingen. Zo kun je van de schatten in de kerk en van zijn gezang genieten!
De Panagia i Evangelistria in Chalki. Links van de kerk kun je het straatje even inwandelen om een kijkje te nemen bij de grote toren van de Pýrgos Grazía: boven de ingang zie je het wapenschild van de beroemde Venetiaanse familie Barozzi.]
De indrukwekkende Pýrgos Grazia in Chalki. Voor het derde deel van de wandeling gaan we (eventueel van bij O Giánnis) door het kleine dorp westwaarts, via de slager en de bakker tot op de weg naar Sagrí. Rechts zien we de brug en vlak voor de brug dalen we links af naar een plek onder een grote boom, tussen de wasplaats rechts en een bron links. Links van de boom gaan we rechtdoor verder en dan weer onmiddellijk links. Na enkele minuten moeten we goed uitkijken: over de muur links moeten we de mooie kerk van Agios Geórgios in de gaten houden en dan moeten we van op het pad naar het olijfveld en de kerk klimmen. Aan de andere kant van de kerk en het olijfveld wandelen we naar een goed beveiligd en groot huis, van een zekere G. Mamouzélos, en daar nemen we de grindweg naar rechts. Zo komen we bij een splitsing, waar we links gaan; de weg wordt een smal en stenig rotspad dat we enkele minuten volgen. Zo komen ze bij de prachtige oude kerk van Agi Apóstoli, links van de weg gelegen in een mooi olijfveld. De kerk dateert van de 10de eeuw en is vrij ongewoon, omdat er boven de ingang een tweede koepel gebouwd is. Even daarna leidt een betonnen paadje rechts naar de modernere kerk van Agia Eleúsa (17de eeuw), met ernaast een mooie cipres.
Agi Apostoli. We lopen tussen ruďnes waarbij we rechts houden, gaan wat verder links om na enige tijd op een prachtige holle weg te komen. Verder wordt ons pad weer smaller, waarbij enkele instortingen van muren en wat begroeiing ons niet te veel hinderen. We komen weer op een grindweg, gaan bij een splitsing rechts en passeren rechts van de kapel van Tímios Stavrós. Even verder komt het wegje uit op de asfaltweg van Filóti naar Damariónas, die we nog 7 minuten naar links moeten volgen. We komen in Filóti op het drukke kruispunt van de wegen naar Chalkí en Apíranthos (en Apóllonas) uit, vlak bij de bushalte, de terrasjes en de winkels. Hopelijk heb je nog tijd om Filóti te bezoeken; daarvoor wandelen we het best even richting Agia Marína (naar rechts, kijkend naar het terras van het kafenío O Plátanos), en dan gaan we de eerste trappen links omhoog op; het gaat altijd hoger om uiteindelijk aan te komen bij de kerk van Agios Andréas. Hier hebben we een mooi uitzicht over de twee delen van het dorp. Voorbij de kerk dalen we weer af, we komen op een kleine asfaltweg die we naar links volgen en na enkele honderden meter gaan we bij een splitsing naar rechts, langs het Iatrío (het kleine geneeskundig centrum). Zo komen we in het andere deel van het dorp, bij de oude Pírgos (= toren) Barozzi met ervoor een mooie, oude fontein met overvloedig water. Boven het poortje in de toren zien we een mooi oud schild, met de dubbele leeuw en het opschrift "Geronimo Barozzi 1718".
De fontein bij de Pirgos Barozzi in Filoti.
Het wapenschild in de Barozzi-toren. We wandelen verder en komen bij de grote plataan links van de hoofdkerk van de Panagía i Filótissa: voor de kerk ligt een mooi voorplein, de kerk zelf heeft een mooie deur met een prachtige deuromlijsting en binnenin is er een schitterende marmeren ikonostási. We gaan dan verder naar beneden en komen zo op ons vertrekpunt, met het kafenío O Plátanos - en de inderdaad prachtige plataan. Hier kunnen we wachten op de bus of een taxi. Voor
de printbare versie |
|