Apíranthos - Fanári - Moní

 

Beoordeling: Deze wandeling start in het mooie Apíranthos, gaat naar de top van de Fanári en loopt dan in een groots landschap naar Moní. Een prachtig panorama van op de 883-meter hoge top en schitterende rotslandschappen maken dat deze wandeling *** krijgt; bovendien is ze heel gemakkelijk te volgen, omdat ze op de meeste plaatsen goed aangeduid is met rode stippen en strepen.
[Gedeeltelijk bijgewerkt door Raymond op 28 september 2011.]

Tijd: De wandeling vergt 40 minuten tot op de top van de Fanári-berg en dan nog 80 minuten tot Moní. Twee uur effectieve wandeltijd dus, wat in realiteit dus een 4-tal uren betekent. Je kunt vanuit Chóra de bus van half tien nemen, die om kwart voor 11 in Apíranthos aankomt. Met een vrij lange stop bovenop de berg en een picknick ergens tijdens de afdaling betekent dat dat je gemakkelijk rond drie uur - half vier in Moní kunt zijn. Meestal zijn er hier geen bussen. Wij wandelden nog verder naar Chalkí, waar je de bus of een taxi kunt nemen.

Routebeschrijving: Stap niet uit bij de eerste bushaltes in Apíranthos, maar wacht tot de bus na het beschrijven van een grote bocht bij het verste deel van het dorp aankomt, bij de kerk Kímisssi tis Theotókou links en het groot oorlogsmonument rechts.
Vanaf die hoofdbushalte ga je het dorp in, waar je eventueel eerst wat kunt rondslenteren.

[Je komt eerst op een langwerpig pleintje met het winkeltje van "The Aperinthian women's association" met allerlei weefsels, met enkele hippe cafés en met de workshop "Apiranthos Art". Het plein gaat over in een mooie, met marmer betegelde straat: links ligt het café Samarádiko met een mooi terras en we komen voorbij het heel smalle kerkje van Agios Sardónis. Even verder ligt het archeologisch museum opgericht door Michaďl Bardáni: je ziet er heel veel kleine Cycladische beeldjes, een kleivaasje uit het 3de millennium v.Chr., een geometrische trípodos uit de 8ste eeuw, voorhistorische stenen werktuigen, bronzen speerpunten, enz.
Daarna bereik je een kleine platía met mooie huizen uit 1846 en 1897; erboven zie je het folkloremuseum, bestaande uit drie kamers van een niet zo oud huis: in de woonkamer, de keuken en de slaapkamer zie je allerlei traditionele voorwerpen en werktuigen. Je kunt daarna nog even de straat verder langs wandelen, om dan terug te keren naar je vertrekpunt.
Volg je de asfaltweg nog even naar links, dan kun je ook even binnenwippen in de musea voor natuurwetenschappen en voor geologie.]

(0u00) Voor de start van de eigenlijke wandeling moet je op het mooie pleintje, rechtover de kerk Kímissi tis Theotókou (dus aan de rechterkant van het pleintje komende van de asfaltweg), de marmeren trap omhoog nemen. Na 42 treden ga je - met een kamára (gewelfde doorgang) links van je - naar RECHTS verder omhoog en daarna links (2 X rode stip). Na weer 73 treden volgen we even een plat straatje rechtdoor, we draaien naar rechts en verder houden we bij elektriciteitspaal links. Verder weer rechts en dan altijd rechtdoor omhoog; na een bocht naar rechts volgt er weer een vlak stukje, en dan gaan we weer links en omhoog.

(0u05) Zo komen we op een betonwegje: we bevinden ons nu aan de hoogste noordwestelijke rand van Apíranthos, rechts van het kerkje van Agia Paraskeví, met de witte koepel. Rechtover volgen we een ander betonwegje dat rechts van een molenstomp omhoog gaat en dan rechts buigt, tot we na 200 meter voorbij een grote waterbak komen. Hier gaat een stenig pad scherp naar links en omhoog (rode pijlen); even verder gaan we door een traliehekken en daarna slingert het heel mooie pad verder omhoog. De steunmuren van het monopáti zijn nog goed te zien, maar ook de rode stippen zijn nuttig. Het gaat vrij steil omhoog en achter ons zie je dat Apíranthos vrij uitgestrekt is en eigenlijk uit twee delen bestaat; voorbij het dorp hebben we naar het zuidoosten toe een prachtig zicht op Donoússa (links), Amorgós en achter de heuvel de andere eremonisiá (de kleine eilanden tussen Amorgós en Náxos). Na 6 minuten steil klimmen gaan we weer door een traliehek en dan loopt het pad verder tussen muren.

(0u16) We wandelen nu weer op een prachtig stenen monopáti en wat verderop waan je je op een groene helling van de Alpen. Een kleine tien minuten na het hek is er een duidelijke splitsing: een rode pijl stuurt ons, op een hoogte van 750 meter, scherp naar rechts. Even verder komen we op een grindweg die we naar rechts volgen, maar 2 minuten verder gaan we op een winderige pas links omhoog, op een pad dat recht in de richting van de muur en de kapel op de top van de Fanári loopt.

(0u28) Het is een mooie klim, de laatste minuten op een prachtig slingerende trap, die door wie-weet-welke krachten verbrokkeld is. Rechts, op de laagste top, staat het kerkje, met een picknicktafel, de linker top is nog een 10 meter hoger. (0u40)

Hier hebben we een schitterend zicht: in de Tragéavallei zien we de dorpen Damariónas, Chalkí en Moní liggen, en erachter de baai van Náxos, met verder ook Páros, Sýros, Tínos en Mýkonos. Aan de andere kant zien we de baai van Mutsúna, met erachter de eilanden Donoússa, Amorgós en helemaal rechts Koufoníssi. 

(0u40) In een kleine 10 minuten dalen we af tot op de grindweg die we naar rechts volgen. We wandelen een kleine 10 minuten op deze weg; na 2 minuten komen we voorbij het pad waarlangs we straks van beneden kwamen, maar hier gaan we rechtdoor, want het pad beneden komt toch ook op deze grindweg uit. Zo komen we weer op een winderige pas, waar we een prachtig zicht hebben op de vallei voor ons; we dalen verder in de richting van een rotsachtige heuvel, met 2 grote weiden, muren en stallen - onderaan zien we goed het trappenpad lopen. Na in totaal 10 minuten grindweg, in een bocht - er is een steenmannetje, Filóti lijkt wel dichtbij te liggen... - , nemen we het pad rechts naast de muur en we volgen het pad dat nu rechts van de muur loopt (rode pijl).

(0u58) Na enkele minuten begint een schitterende afdaling op een slingerend rotspad in een groots landschap: rechts zien we de steile flank van de Fanári, voor ons ligt de prachtige vallei met Moní en Chalkí (onzichtbaar links). Eerst is de omgeving heel rotsachtig, daarna volgen er velden met olijfbomen. Misschien is dit een goede plek om te picknicken: met een beetje geluk zie je arenden boven je cirkelen en je kunt ook de details van het landschap voor ons uitzoeken: links van Moní zie je Drosianí liggen, rechts van Rachídi kun je de basiliek van Agios Isidóros ontwaren, en in de diepte zie je het pad dat we straks tussen de muren zullen volgen...
Verder volgt weer een schitterende afdaling op een slingerend pad; we dalen steil in een grandioos landschap! Na een kwartier afdalen, begeleid door rode stippen en pijlen, komen we tegen een muur aan. We gaan even rechts en dan weer links tussen de muren, lopen over een brede, rotsachtige strook waar misschien soms water loopt en houden na 4 minuten weer wat rechts om zo in een echte, droge stroombedding terecht te komen, tussen oleanders.

(1u25) We blijven deze bedding, bezaaid met grote stenen, zo'n 200 meter volgen en blijven rechts van enkele veldjes met veel machaires-bloemen (machaíri = mes). Waar de bedding versmalt gaan we schuin rechts op rotsachtig terrein omhoog (rode pijl) en even verder weer links tussen muren (rode pijl), op het rotsachtige pad dat we daarstraks vanuit de hoogte zagen.
Er volgt nu een aangenaam aarden pad, dat tussen stallen en kuddes geiten loopt, en dat boven de vallei met olijfbomen een grote bocht naar links beschrijft. Na ongeveer 7 minuten komen we op enkele veldjes terecht, maar de rode stippen (zelfs op bomen) wijzen ons goed de weg. Na in totaal 10 minuten komen we even op een karrenspoor of weg terecht, die we rechts volgen, maar bijna direct gaan we rechts op een veld en dan rechts omhoog (rode pijlen), rechts van een muurtje met een traliehek er bovenop.

(1u37) We volgen nu 10 minuten een smal en slingerend pad over veldjes en muurtjes en lopen zo rond de vallei. Ten slotte klimmen we naar beneden in een rotsbedding waar een beekje loopt (25 mei 2004). Ongeveer 1 minuut stappen we als het ware in het water van de bedding, tot we rechts uit de bedding kunnen op een mooi pad tussen een hoge en een lage muur; enkele grote instortingen maken het ons nog wat moeilijk, maar het pad blijft heel duidelijk en draait recht naar Moní. We moeten dan nog een klein valleitje oversteken, openen een traliehek en gaan over een betonnen brugje. We volgen nog een 5 minuten een aarden pad, gaan nog door een allerlaatste kleine vallei en langs een wasplaats, en komen zo op een laantje bij het begin van het dorp uit.
We slingeren wat door een verlaten deel van Moní (er zijn nog altijd rode stippen!), lopen langs enkele kapelletjes en komen zo uit op een pleintje met een boom en een telefooncel. (2u02)

[Links/rechtdoor loopt de Odós 28 Oktovríou, waar we bij huis nummer 55 steil links kunnen afdalen om zo via Kalóksilos naar Chalkí te wandelen (zie het tweede deel van de wandeling Chalkí - Moní - Chalkí in wijzerzin).]

Van op het pleintje gaat het straatje rechts/rechtdoor naar het centrum van Moní. Na 50 meter, aan het einde van de straat, hebben we links een mooi zicht op de vallei, met helemaal links nog de Fanári, met Filóti en Damariónas. Verder in de straat liggen rechts O Parádisos en links To Panórama, een echt Grieks café-restaurant, waar je van op het balkon een mooi uitzicht hebt.

[Wil je verder naar Chalkí wandelen via Drosianí en Rachídi, dan kun je de beschrijving volgen van het tweede deel van de wandeling Chalkí - Moní - Chalkí in tegenwijzerzin.]