Arkesíni - Agia Triáda - Káto Kámbos en terug |
||
| Beoordeling: Deze niet te lange wandeling
brengt ons naar het uiterste zuidwestelijke deel van Amorgós. Het
uitzicht van op de flank van de Poulakás over de Kleine Cycladen is indrukwekkend. Verdient als beoordeling **. Tijd:
Het probleem met wandelen in het zuidelijk deel van Amorgós is dat de
busverbindingen tussen Katápola en b.v. Arkesíni niet erg frequent zijn.
Daarom is het voor deze wandeling het best een auto te huren. Routebeschrijving: (0u00) We vertrekken langs de
weg bij het begin van Arkesíni, bij het oude kafepantopolío O
Mákis, even voor de kerk. Rechtover het cafeetje nemen we het betonwegje omlaag,
dat direct naar links draait om onder het dorp
door te lopen. Na een kleine 2 minuten, net voorbij het oorlogsmonument,
volgen we links mee, maar een goede minuut verder gaan we rechts, op de
hoek van de minimarket. We slingeren verder door het dorp, tot we na 7-8
minuten bij de laatste huizen een mooi geplaveid pad vinden, dat links
draait in de richting van de toren die we al voor ons zien. Kort daarop
komen we op een kruispunt, waar we het stenige pad links nemen; het
passeert wat links van de toren en komt na enkele minuten op een
betonwegje uit, dat we nog 2 minuten naar rechts volgen. (0u14) Maar eerst gaan we rechts tot bij het opgravingenterrein rond de toren van Agia Triáda. Deze uitzonderlijk grote Hellenistische toren dateert uit de 4de eeuw v.Chr., telde vier verdiepingen en beschermde de landbouwbevolking van de streek. Ernaast liggen ook Romeinse en Byzantijnse resten. De site is open van 9u30 tot 14u00, behalve op maandag; de opgravingen worden verricht door de universiteit van Ioánnina.
De toren van Agia Triáda. We keren even terug op het betonwegje en nemen dan bij de palmboom de betonnen helling rechts. We kunnen direct nog even rechts kijken naar het kerkje van Agia Triáda, met een mooi zicht van boven op de toren. Maar het eigenlijke pad begint links, een [3] duidt het begin van de lange wandeling naar Agia Thékla aan. Na 2 minuten moeten we door een verroest traliehek en dan komen we op een rotsachtige plek met voederbakken: we gaan hier rechts houdend verder [3]. Na 2 minuten komen we weer op een rotsachtige plek: hier is het even opletten, want de wandeling [3] gaat hier verder rechts naar Rachoúla en Vroútsi (zie de wandeling Arkesíni - Vroútsi - Kastrí), terwijl wij naar LINKS gaan. (0u19) We volgen een mooi stenig pad dat na een goede minuut, bij een traliehek rechts, versmalt en rechtdoor verder loopt (blauwe stip). We komen naast een grote muur en kort daarop wordt het pad weer breder. Weer een minuut verder gaan we rechts (weer blauwe stip): het pad is mooi, maar heel stenig. Na enkele minuten houden we wat links en gaan verder tussen muren - we zien de zee en Náxos al links voor ons.
Het pad op weg naar Káto Kámbos. Even later komen we op een grindweg die we rechtdoor volgen. Weer 3 minuten verder komen we bij een ruďne, waar we links houden (blauwe stip). We zien de weg helemaal voor ons lopen om te komen op de pas tussen de hogere heuvel van de Poulakás en de lagere heuvel links ervan. Na in totaal een goede 10 minuten grindweg gaan we door een traliehek, links van een terrein met een stal, en enkele minuten daarna loopt de weg dood: een stenig pad vervolgt links van een muur. Wat verder overvalt ons het schitterend panorama over de zee en de wirwar van de Kleine Cycladen met op de achtergrond Náxos: rechts ligt het hogere, grote Kéros (erachter is Koufoníssi verborgen), in het midden Schinoússa en naar links Irakliá en het vagere Ios. Links zien we ook kaap Kalotarítissa, de uiterste westpunt van Amorgós, met rechts ervan het eilandje Gramboúsa.
Het schitterende uitzicht over de Kleine Cycladen. |
Een mooie picknickplek? (0u41) Het pad slingert nu eerst in enkele mooie bochten naar beneden en loopt dan op de helling verder naar het noordwesten. Na 8-9 minuten afdalen komen we op een plek waar het mooie monopáti door een aardverschuiving helemaal weggeveegd is, op de zware boordstenen na. Bij enkele vernietigde bochten is het wat klauteren, maar voor de rest vorderen we vlot - de losse stenen maken het ons wel niet gemakkelijk. Merkwaardig toch wat de natuurkrachten hier met een eeuwenoud monopáti hebben gedaan!
Het beschadigde monopáti op de helling van de Poulakás. We dalen nog vele minuten af tot we beneden op de grindweg uitkomen: links loopt de weg richting Kolofána en het strandje van Paradísa, rechts is het naar het strand van Káto Kámbos. [Tijdens de afdaling zagen we rechtover, op de andere flank van de vallei, een prachtige trap die naar de enkele huizen van Káto Kámbos leidt - heb je tijd, loopt er dan even naar toe, het is iets uitzonderlijks in deze uithoek van het eiland!] (1u05) We gaan dus rechts; de zandweg loopt tussen muren en rietvelden, en naast een eenzame palmboom. Zo komen we in 6 minuten uit op het rotsachtige strand van de heel beschutte baai van Káto Kámbos. In het ondiepe, heldere en heel stille water is het heerlijk zwemmen - maar let wel op voor de zee-egels! (1u11)
Het stenige strand van Káto Kámbos. (1u11) De terugweg is heel vanzelfsprekend. Na 6-7 minuten grindweg nemen we het pad links, dat gauw een heel mooie kalderími wordt, met de duidelijke boordstenen rechts.
De mooie kalderími op de terugweg van Káto Kámbos. Vergeet niet telkens in een scherpe bocht naar links het pad mee te volgen - de eerste 2 keer is dat niet zo duidelijk en lijkt er ook een pad rechtdoor te lopen... Na precies een half uur zijn we boven en zitten we nog even om van het panorama te genieten. (1u48) Het pad komt nu gauw op het begin van de grindweg uit
die we ruim 10 minuten volgen. Dan komt hij bij een stal in de bocht van
een andere zandweg uit - we volgen met de muur mee naar rechts. (2u11) Na 4-5 minuten komen we via een betonnen helling op de
betonstraat naast de opgravingen uit. We volgen het straatje naar rechts
gedurende 2 minuten en nemen dan het stenige pad links, tussen
witgeverfde muurtjes.
Voor
de printbare versie |
|