Chalkí - Moní - Chalkí (in tegenwijzerzin)

Beoordeling: Dit is de wandeling die het vaakst wordt gewandeld, een must op Náxos. Ze voert ons langs enkele van de mooiste Byzantijnse kerken, zoals Agios Geórgios o Diassorítis en de Panagía i Drosianí, en leidt ons door een prachtig groen landschap over vaak heel mooie paden. Verdient ***. 

Tijd: De eigenlijke wandeltijd vergt een uurtje tot in Moní en dan nog eens 70 minuten terug naar Chalkí - maar zoals gewoonlijk moet je met wat rust en genieten van de omgeving zeker het dubbele rekenen. Bovendien moet je zeker de kerken van Drosianí en Diassorítis bezoeken: de eerste is gelukkig vaak open, de tweede is meestal gesloten (en zeker op maandag). Ten slotte heb je tijd nodig voor de lunch (in To Panórama in Moní of een picknick bij Drosianí?)... Het wordt dus een lange mooie wandeldag.

Routebeschrijving: Kom je met de bus uit Chóra, dan is de bus van half tien 's morgens heel geschikt. Bij het uitstappen zie je rechtover de kerk van de Panagía i Evangelístria i Protótronos: ze herbergt mooie wandschilderingen en vooral een schitterende ikonostási, maar ze is jammer genoeg meestal gesloten. Het meest kans heb je bij je terugkeer in de vooravond, als je nog wat rust op het terrasje van café Chalkí, bij de bushalte. Dan kun je de  papás soms de kerk zien openen om de vespers te zingen. Zo kun je van de schatten in de kerk en van zijn gezang genieten!

De Panagia i Evangelistria in Chalki.

Van bij de bushalte nemen we, kijkend naar de Panagía, het straatje links van de kerk dat recht naar de Pírgos Grazía loopt: boven de ingang zien we het wapenschild van de beroemde Venetiaanse familie Barozzi.

De indrukwekkende Pirgos Grazia in Chalki.

Wat verder komen we op een betonnen laantje dat we naar rechts volgen; na 5 minuten kunnen we even rechts in een geplaveid straatje ook een kijkje gaan nemen bij de (gesloten) toren Markopolíti. We keren dan terug naar het laantje en volgen altijd de rode en blauwe stippen. Even verder komen we op de asfaltweg Chalkí - Filóti die we rechts volgen, maar een kleine 100 meter verder nemen we het asfaltwegje naar links (wegwijzer Kalóksilos).

We volgen dit wegje, ook voorbij de oude oliepersmolen, onder de verroeste leiding door en een bocht naar links beschrijvend. Zo komen we voorbij de grote kerk van Agia Triáda en lopen we verder door het dorp in noordelijke richting. Op een klein pleintje met een acaciaboom gaan we rechts (rode en blauwe stip) en we volgen de slingerende Odós Agioon Apostóloon (links, rechts en links) NO-waarts. We wandelen voorbij een tweede mooi pleintje, gaan door een gewelfde doorgang en ons betonnen pad wordt smaller. Het gaat voorbij de kerkjes Agi Apóstoli en Agia Ekaterína en voorbij het kerkhof gaan we over een brugje - een mooie plek met water - naar rechts. Even wordt het pad aarde, dan weer beton, maar na 5 minuten wordt het pad definitief van aarde en slingert het tussen mooie olijfvelden (veel rode en blauwe stippen). Het pad gaat weer over een beekje met water en veel groen (16 mei 2004), slingert omhoog en bij een splitsing houden we rechts; wat verder gaan we op een smaller rotspad verder links van een muur (met rode stip).

We klimmen nu steil en krijgen achter ons een schitterend uitzicht op Chalkí en Damariónas. Even verder is er een splitsing: ondanks het boomstammetje dat soms dwars over de weg ligt, gaan we rechts: dit monopáti is sterk overgroeid, maar toch duidelijk. We gaan altijd noordwaarts - na 10 minuten krijgen we plots een mooi zicht op Moní, links voor ons.

Panorama op Moni.

Even verder komen we op een betonwegje dat we 200 meter naar rechts volgen. Daar zien we een wegwijzer naar een woodwork shop en volgen die aarden weg links, voorbij de afslag naar het houtatelier, met een schitterend zicht op Moní. We dalen nu sterk af op een rotstrap, dan gaat het weer even vlak naast de diepe vallei; we steken de kloof over op een boogbrug hoog boven het water en stijgen dan weer, op treden of op een rotspad, tot in het dorp. Boven gaan we rechts en zo komen we op een pleintje met een eikenboom. Hier nemen we links, gaan de straat door en dan zien we voor ons de auto's, het café Parádeisos en het estiatórion To Panórama.

Vooral op het terras van To Panórama is het goed zitten en het uitzicht is heel aantrekkelijk. Van op het balkon van het café zien we de witte bovenbouw van de Panagía Drosianí, waar we naartoe moeten en ook beneden ons de blauwe koepel van de kerk waar het tweede deel van onze wandeling begint.

Buiten To Panórama gaan we terug naar rechts bijna tot aan het einde van de straat en dalen daar de trappen rechts af tot links van de kerk. Aan de zuidkant van de kerk gaat er een straat naar rechts die gauw met trappen in een brede boog naar links het dorp uitgaat. We volgen deze mooie en soms heel brede trap gedurende 5 minuten, dan gaan we bij de splitsing rechts. Even loopt het pad vlak verder en wordt het zanderig en zo komen we links van de kerk van de Panagía i Drosianí.

De Panagia i Drosiani.

De Panagía i Drosianí (Onze Lieve Vrouw van de Dauw - volgens de legende wordt de beroemde icoon van Onze Lieve Vrouw nat telkens als de streek in nood of gevaar verkeert) is een vroegchristelijke kerk die waarschijnlijk teruggaat tot de 6de eeuw; de beroemde fresco's die hier te zien zijn dateren van de 6de of 7de eeuw. De kerk is gelukkig vaak open; je kunt er een boekje (in het Grieks en Engels) kopen met uitleg en mooie afbeeldingen van de icoon en van de fresco's.

Van bij de kerk dalen we het geplaveide pad af, steken de asfaltweg over en nemen het pad rechtover (duidelijke stippen). Ons pad daalt mooi en via steile trappen af, komt in een kleine, droge bedding terecht die we naar links volgen (rood pijltje links) en volgt deze bedding enkele minuten. Uiteindelijk lopen we - maar niet te vroeg! - op de linkeroever en wordt het monopáti weer heel mooi. We steken een beekje met water over en gaan links omhoog; zo gaat het nog praktisch vlak verder gedurende 3-4 minuten tot we op een open ruimte komen met links van ons een betonnen helling. Voor ons dalen we enkele treden af en gaan links van een muur (met stippen) verder. Het wat overgroeide pad (vooral in het voorjaar) komt naast een rivier terecht en komt er op een mooie plek in uit - we volgen de droge bedding naar links.

Nu is het even opletten: we volgen de mooie bedding met oleanders gedurende exact 6 minuten; bij de hoek van een muur (met rode stip en pijl) klauteren we omhoog op een schuine rots en gaan we op een mooi pad nog 3 minuten verder. Dan komen we op een stuk grindweg uit - 50 meter verder is er een wit gebouwtje - en hier moeten we rechts omhoog naar de kerk van de Panagía Rachidiótissa, die gesloten is. Deze mooie plek nodig ons uit om wat te rusten...

Rechts van de kerk (en dus NIET terugkerend naar beneden) gaan we op een mooi pad verder tussen muren. Na 50 meter buigen we naar links en beneden voor ons kunnen we met enige moeite de geruïneerde basilica van Agios Isidóros zien liggen; even verder gaat er trouwens een pad naar rechts van waar we nog beter de basilica kunnen gaan zien. Wij moeten hier evenwel rechtdoor verder en dalen verder af, waarbij we op het wat overgroeide pad blijven. Na weer 3 minuten houden we nog altijd links en we lopen nu tussen prachtige, grote eikenbomen. Na nog eens 3 minuten komen we bij een duidelijke splitsing: het pad links loopt naar de hoofdvallei en zo terug naar de Panagía Rachidiótissa, wij moeten natuurlijk rechts; we lopen nog 3 minuten rechts van een heel hoge muur en dan komen we terecht tussen de verlaten huizen van Rachí en zo bij de kerk. Hier nemen we het smalle straatje links (rode stip) tussen huizen door en komen na 2 minuten bij een zwart hekken, waar we links kunnen afdalen in de "hoofdstraat". We dalen deze betonweg door het dorp verder af, over de brug wordt de weg breder en beschrijft hij een bocht naar rechts. In de volgende bocht naar links gaan we op een groen pad tussen muren rechtdoor (wegwijzer); bij een splitsing gaan we rechts, en verder weer rechts en over een omgewoelde strook land, om zo bij de prachtige kerk te komen van Agios Geórgios o Diassorítis (of de Heilige Joris de Redder), gelegen midden de olijfbomen. Deze kerk zou één van de oudste Christelijke gebouwen op het eiland zijn en dateert uit de 11de eeuw. Soms is de kerk open, maar zeker niet op maandag.

De kerk van  Agios Geórgios o Diassoritis.

Van bij de kerk keren we terug, richting Chalkí: terug over de omgewoelde strook, even verder links houden (het pad rechts loopt naar Tsikalarió) en bij de volgende splitsing rechts: met enige moeite en met natte voeten volgen we het overstroomde pad (mei 2004) tot bij het kerkje Agia Marína. De kapel is werkelijk bovenop een bron met veel water gebouwd, zelfs de vloer ligt nat! We gaan hier rechts en volgen 5 minuten lang een kronkelende weg, begeleid door rode stippen. Net voor het dorp van Chalkí steken we een betonweg over, gaan rechtdoor en komen zo terecht tegen de gevel aan van het Ergostásio Kítrou van Vallandris. Het gaat hier om één van de distilleerderijen van Náxos waar het beroemde citroendrankje wordt gemaakt. De werkplaats is een bezoekje waard; je kunt er ook allerlei variaties van deze lekkere drank kopen. Vóór Vallándris ga je nog even rechts en dan weer links en dan ben je op het mooie en aangename terras van de bekendste taverne van Chalkí, O Giannis.

Hier kun je op de bus wachten (daarvoor moet je het straatje links nemen, als je met je rug naar het café staat) of je kunt een taxi bellen, als de laatste bus al weg is.

Voor de printbare versie
met alleen de tekst
in één kolom
hier klikken.