Chóra - Lámira - Ménites - Messariá - Moní Panachrántou - Messariá - Lámira - Chóra

Beoordeling: Dit is één van vier wandelingen op Andros die je echt moét maken. Het is een lange wandeling als je die heen en terug wilt maken, maar je kunt ze merkelijk inkorten door op de terugweg in Messariá de bus of een taxi te nemen. Je krijgt een prachtig beeld van de brede valleien boven Chóra, met mooie uitzichten op het stadje en je komt in één van de meest waterrijke gebieden van het eiland met de schitterende vallei van Ménites. Daarna volgt van Messariá tot aan het klooster een heel mooie klim over mooie monopátia, en het klooster zelf is natuurlijk ook erg de moeite waard. De wandeling is over de hele lengte goed bewegwijzerd met [1]. Krijgt als beoordeling het maximum van ****.

Tijd: De wandeling tot in Ménites duurt in effectieve wandeltijd 1 3/4 uur; naar Messariá kost het een kleine 25 minuten en de prachtige klim tot aan het Moní Panachrántou duurt 1u20. De afdaling tot Messariá vraagt weer een kleine 1u20 en dan is het nog een goed anderhalf uur terug naar Chóra. In totaal betekent dat 6u20 echte wandeltijd (EWT), wat toch een heel lange wandeldag wordt, misschien net iets té lang... Maar je kunt deze wandeling dus met anderhalf uur inkorten door vanuit Messarià de bus terug te nemen naar Chóra, maar noteer dan wel de busuren (van Batsí naar Chóra) voor je vertrekt. Ofwel opteer je - zoals wij - voor de twee kortere varianten: Chóra - Ménites en Messariá - Panachrántou, wat je veel meer tijd geeft te genieten van de vele mooie plekken!

Routebeschrijving: Voor alle wandelingen vanuit Chóra vertrekken we van in de hoofdstraat bij de grote kerk van de Panagía tis Kímisis die van overal zichtbaar is (zie eventueel het wandelingetje in Chóra zelf voor verdere details). Vandaag volgen we de hoofdstraat landinwaarts (naar rechts staande met het gezicht naar de kerk), tot we - even voor we komen bij het grote neoklassieke gebouw van de Kaïri-bibliotheek - bij het gymnásio komen. Ernaast dalen we de trap rechts af van de Odós Geórgios Empiríkos, we nemen de eerste betonstraat links en even verder zien we het eerste plaatje van de bewegwijzering met [1]. We wandelen langs mooie huizen in een groene omgeving tot we - toch even opletten - een houten bord dat de wandeling aankondigt + een oververfde [1] zien: hier dalen we de trap rechts naar beneden af.
Even verder steken we de asfaltweg over, we gaan rechtdoor met [1] en nog wat verder komen we aan de rivier, die op het Nimborió-strand uitmondt. Zo nodig kunnen we oversteken via de houten brug en links zien we het indrukwekkende wandelbord.

[Wandelaars die logeren bij het Nimborió-strand kunnen dus ook vertrekken aan het einde van het strand, bij de brug over het riviertje - waar trouwens ook een wandelbord staat. Je moet dan wel links van de rivier blijven en verderop in de bedding lopen, wat dus alleen in de drogere periodes kan. Zo kom je ook bij de grote houten brug.]

Het wandelbord voor wandeling 1 in Chóra.

Voorbij de houten brug gaan we rechtdoor en via een grindweg kruisen we de groene vallei, waar de cipressen opvallen - links boven zien we de verspreide dorpen van o.a. Ipsiloú en Lámira liggen. Ongeveer 12 minuten na ons vertrek gaat de grind- en betonweg rechts: rechtdoor gaat een wat overgroeid pad, links van cipressen, verder, aangeduid met [1].
Nu begint een heel mooi monopáti, dat na 6 minuten een asfaltweg oversteekt en rechtdoor verder gaat. Weer 4 minuten verder steken we een beekje over op een oud brugje gemaakt van platte stenen en nog 2 minuten verder gaat het pad rechts bij een vervallen kerkje.

Het overschaduwde pad naar Ipsiloú.

Na enkele minuten komen we op een mooie stenen trap die heerlijk beschaduwd is - schaduw is zo typisch voor Andros! Wat verder houden we links, met waterleiding en [1]; er volgt nu een heel mooi nauw pad tussen hoge muren. Betonnen treden kondigen Mesathoúri aan, waar we links draaien (met waterleiding). Bij de hoek van een groot huis houden we links ([1] op trap) en we vervolgen tussen enkele huizen door op betonnen treden of pad, richting Ipsiloú. We kruisen een asfaltweg en gaan rechtover verder - en direct daarna komen we aan een plek, beschaduwd door een grote eik: hier ligt een oude bron met een opschrift van 1818, de "paradosiakí kríni Ipsiloú".

Een mooie bron in Ipsiloú.

Ons pad slingert verder langs watergootjes, tuinen en citroenbomen, en na 3 minuten passeren we een brugje van 1929. Twee minuten verder gaan we links, met het bordje "PROS LAMYRA", dan komt er weer een bron en dan watergootjes. We volgen trouw de markeringen [1] en nog enkele bordjes die naar Lámira wijzen en na een klim op een mooie trap komen we bij de 3de bron van Ipsiloú.

Eén minuut verder komen we op een betonweg die we even naar links moeten volgen ([1] op paal), maar wat verder kunnen we het pad weer op, rechts van een rij cipressen. Daarna komen we langs een kerk en nog een bouwsel met bronnen, met een 4de bord PROS LAMYRA. Even verder dalen we links af (bord + [1])), we komen weer langs cipressen en lopen onder vijgenbomen, steken nog eens een asfaltweg over (bord) en lopen dan mooi vlak tot in Lámira, waar we op een heel mooie plek uitkomen, de Platía 28 Oktovríou, naast de oude "parthenagogío" van Lámira - een instituut voor jonge meisjes. Een ideale rustplek...

We gaan rechts verder en even daarna komen we bij een mooie bron met een opschrift uit 1840. Via een mooi pad met ernaast huizen met een prachtig uitzicht komen we onder de grote kerk van Lámira op een betonweg terecht, die we even naar links volgen. Een minuut verder gaan we in een bocht rechtdoor op het pad; bij een splitsing houden we links. We steken een zandweg over en vinden rechtover het eerste bord PROS MENHTES. Wat verder, op een kruispunt tussen enkele huizen, opvallend door de vele waterleidingen en door het gekke blauwe schouwtje links, aarzelen we even, want de markeringen [1] zijn overgeverfd en bijna onzichtbaar. Links daalt een lange trap af naar Messariá, voor Ménites moeten we naar rechts en lichtjes omhoog

Dit pad is eerst wat overgroeid en 2 maal verzakt, maar verder wordt het weer heel goed. Na 4 minuten passeren we weer een oude brug gemaakt van platte stenen, met links een opschrift uit 1912 dat zegt wie deze "odós" of weg betaald heeft. Verder krijgen we een mooi uitzicht op het langgerekte Messariá met de kerk en de zware Kaïri-toren. Na 10 minuten zien we Ménites al ver voor ons; we wandelen gemakkelijk verder op het vlakke pad en na in totaal 24 minuten passeren we opzij van een duiventoren; dan komt er een stukje oude kalderími naast water en we komen bij een grote brug, met een opschrift uit 1890 dat zegt dat deze brug ook al betaald is door een lid van de Empiríkos-familie.

Nu opletten: even daarna is er een splitsing en de markering [1] stuurt ons naar links: dit is het pad dat we straks naar Messariá moeten nemen. Blijkbaar gaat wandeling [1] niet naar boven tot in Ménites. Wij doen dat natuurlijk wél en gaan hier rechts, en direct houden we weer rechts; zo gaan we altijd hoger, langs hoog watervalletje en tussen watergootjes met gutsend water en het riviertje. Zo komen we via vele trappen en rechts houdend onder de kerk van Ménites terecht, vlak bij de prachtige bron met de vijf spuitende leeuwenkoppen, en met rechts het schitterende terras van de taverna Pigés Karidhiés.



De beroemde bron van Ménites.



Eén van de leeuwenkoppen van de bron van Ménites.

Ondanks de rommel op het onderste terras is dit een prachtige plek om te zitten, onder de grote bomen, te midden van het ruisen van het water van de bronnen en van het riviertje in de diepe vallei. Als je wat eet, probeer eens de fourtália, een omelet met aardappelen en worst...

Na wat rust kunnen we nog even tot bij de kerk klimmen, waar de mooie bas-reliëfs uit 1808 opvallen.

De kerk van Ménites.



Een mooi wapenschild op de kerkmuur van Ménites.

Daarna dalen we weer af en rechtover dalen we de trap verder af; bij het huis 53 gaan we rechtdoor en dan gaat het altijd omlaag, langs dezelfde weg van straks, tot we op de driesprong inderdaad naar rechts gaan voor Messariá - en zeker niet over de grote brug.

We steken de watergoot over en lopen er dan vrij lang naast; na 9 minuten gaan we er weer over (bij de resten van een watermolen) en na nog een minuut - even opletten! - gaan we bij een wit gebouwtje op de trap links [1] en komen we weer langs stromend water terecht. Wat verder gaan we NIET links over een brugje, maar houden we rechts en even verder gaan we weer links [1]. Gauw zien we de blauwe koepel van de kerk van Messariá voor ons. We lopen vlak, het pad is wat overgroeid, maar wordt verder weer heel mooi, weer lopend naast een watergoot.

Het pad tussen Ménites en Messariá.

Bij de huizen van Messariá gaat het rechts een trap op [1] en zo komen we op de asfaltweg terecht, naast de taverne Diónysos.

Om verder te gaan naar het klooster Panachrántou en wandeling [1] te blijven volgen, gaan we op de asfaltweg even naar rechts; links van de grote woontoren (pýrgos) Kaïri die we direct voor ons zien gaat het pad [1] verder.

De Pýrgos Kaïri in Messariá.

 

We volgen het betonnen pad een drietal minuten, steken een asfaltweg over en gaan rechtover verder [1]. Wat verder wordt het beton een mooi grindpad tussen muren, dat in de vallei afdaalt, met een prachtig zicht op het klooster en het dorpje Fállika. We horen water klateren en komen inderdaad naast een riviertje terecht. Na 12-13 minuten afdalen komen we bij een prachtige brug, de brug van Stichioméni - een kleine 20 minuten na ons vertrek uit Messariá.

De Stichioméni-brug.

Na de brug houden we bijna direct links ([1] + wegwijzer); we blijven een droge bedding volgen, waarbij we de markeringen [1] in de gaten houden.

Daarna stijgen we links uit de vallei en een pittige klim doet ons al slingerend vlug stijgen - achter ons mooi zicht op Messariá en Ménites, voor ons steeds duidelijker Fállika en het klooster. Na een gestage klim van ongeveer 15 minuten komen we op wat vlakker terrein en daarna bij een driesprong tussen muren: links (rode pijlen + een markering met een rood driehoekje) gaat een variante terugkeer via Livádia naar Chóra, wij vervolgen rechtdoor.

Goede markeringen op het pad naar het klooster.

Een prachtig pad met rotsachtige treden brengt ons steeds hoger: we gaan altijd rechtdoor, met de markeringen [1], en laten paden naar rechts (houten wegwijzer naar Fállika), twee maal naar links en nog een maal naar rechts opzij liggen.

Het monopáti met op de achtergrond ons doel, het klooster.

Let ook op het ritselend leven onder je voeten en op de muren van vele zwarte en groene sprinkhaantjes en kevers.

Na weer 18 minuten mooi klimmen stoppen we even op een mooie plek: we zien dicht bij de ruïnes van het verlaten dorp Petriás, vlak bij ook links Fállika, en ver weg, aan de overkant van de brede vallei: hoog links Pitrofós en de kerk, lager Aladinoú, Ménites midden de cipressen, het huizenlint van Messariá (met de blauwe koepel en de toren waar we vertrokken zijn), verder nog Lámira en Ipsiloú en helemaal rechts Chóra!!

We vervolgen nog bijna een half uur onze klim op het uitzonderlijke mooie rots- en trappenpad, soms tussen de gele brem (in het voorjaar), helemaal boven Fállika tot bij het klooster.

Tweehonderd meter voor het klooster komen we op een grindweg - hier moeten we terugkomen voor de terugtocht! Via de grind- en betonweg lopen we langs de achterkant van het klooster tot bij de moderne witte boog die de ingang vormt; we dalen de trap af, komen op het mooie terras met de grote platanen -  een prachtige picknickplek.

De binnenkoer van het klooster.

Het Iera Moní Panachrántou - ook soms Agios Panteleímonas genoemd -  ligt op een hoogte van 500 m; één van de 6 monniken die er nog leven ontvangt ons met fris water en loukoúm en leidt ons rond. Hij zegt dat het klooster van de 10de eeuw dateert, maar de oudste historische aanwijzingen gaan terug tot de 16de eeuw. In de kerk is er een prachtig icoon en een mooie houten ikonostási uit de 18de eeuw. Op de binnenplaatsen stroomt er water uit de bronnen en ook de grote eetzaal en de oude keuken zijn heel interessant. Jammer genoeg is de rijke bibliotheek niet toegankelijk. Bij het rondwandelen moet je zeker ook tot helemaal boven wandelen: het uitzicht boven op de terrassen is heel mooi.

De rijk bewerkte ikonostási in het Panachrántou-klooster.

Voor de terugkeer gaan we, voorbij de toegangsboog, dus scherp naar links om zo langs de zij- en achterkant van het klooster te komen. We komen op het betonwegje, maar bij de eerste bocht en het begin van het grind gaan we rechtdoor de stenige helling op en zo ontdekken wij boven, 80 meter verder, de rode pijl op de rotswand die het begin van de terugkeer aanduidt -  het wandelbord "Gefíri Stichioménis 50' / Messariá 1u10" ligt afgebroken op de grond.

Volgt nu de prachtige afdaling op het rotsachtige pad in trappen, zo'n 23 minuten tot bij het uitkijkpunt boven de ruïnes van het oude dorp Petriás  - let hier ook op de vele terrassen rechts onder Fállika. We zien heel diep zelfs al de brug van Stichioméni liggen, waar we straks weer langs komen... 

We blijven het hoofdpad volgen: dus na 4-5 minuten, aan de voet van de ruïnes bij splitsing rechts rode stip), even verder links gaan ([1], pijl en stip); na weer 5-6 minuten NIET rechts, maar rechtdoor en nog 1 minuut verder rechts houden, bij de splitsing links naar Fállika.

Na weer een kleine 2 minuten komen we op de grazige splitsing tussen muren, waar rechts een alternatief pad naar Chóra gaat, via Livádia (rode pijl en een teken met een rood driehoekje) . Deze terugweg is een 40 minuten korter dan via Messariá en Lámira, maar is eentoniger en op 1 plek ook wat moeilijker te vinden. Wilt u die toch volgen, raadpleeg dan mijn wandeling Chóra - Panachrántou - Livádia - Chóra.

We gaan nu dus rechtdoor (blauwe en rode stip en [1]): het prachtige pad daalt vlug af via ontelbare trappen in de smalle vallei onder Fállika. Na 10 minuten komen we midden de bloeiende oleanders in de bedding terecht (12 mei 2005) en we volgende die 2-3 minuten. Zo komen we weer bij de prachtige boogbrug over de Megálos Potamós, waarin die kleine zijbedding terecht komt. Even rusten en uitkijken in het water naar kikkers en schildpadden...

De Stichioméni-brug met op de achtergrond klooster en Fállika.

Over de brug zien we een muur: het teken [1], een stip en pijlen sturen ons rechts, naar de bedding toe, maar beter gaan we links van de muur over de grote steen en zo komen we direct op het pad, links van 2 vijgenbomen. Even verder vinden we links een trap en zo stijgen we boven de vallei uit.

Vijf minuten na de brug gaan we rechtdoor en NIET links steil omhoog. Wat verder volgt een stevige klim en na 13-14 minuten wordt ons pad een smal grindwegje, dat beton wordt en op asfaltweg uitkomt. We gaan rechtdoor verder op een overgroeid pad dat gauw beter wordt en op de hoofdstraat van Messariá uitkomt bij de woontoren Kaïri.

Even rechts en we komen bij de taverne Diónysos, een welkome tussenhalte. Is de taverne gesloten, dan is er wat verder rechts, even voorbij de kerk, een oud cafeetje + winkel dat bijna altijd open is. Eventueel kun je hier op de bus uit Gávrio en Batsí wachten of een taxi bellen.

Wie de moed heeft kan te voet verder naar Chóra, waarbij we even een verkorting volgen en afwijken van wandeling [1] die je (links van taverne Diónysos) weer via Ménites zou leiden.

We volgen de asfaltweg dus circa 4 minuten, voorbij de kerk, het monument, de school met rechtover een kapelletje en dan, VOOR het eerste huis voorbij school+kapel, nemen we een trap links, met ernaast een mooie boom en een bron met een opschrift uit 1998 - de blauwe letters op de muur zijn onleesbaar geworden.

Het gaat 6 minuten ondubbelzinnig verder tot we afdalen naar een groene rivier met een werkelijk indrukwekkende voetbrug. 

Voetbrug tussen Messariá en Lámira.

We stijgen langs een mooie rij cipressen, en gaan altijd maar hoger, eerst rechts houdend en dan links bij een splitsing bij een huis, zodat we op een heel lange en lastige trap terecht komen die ons doet belanden op het kruispunt met de vele waterleidingen en het aardige blauwe schouwtje, en waar we dus weer terecht komen op de officiële wandeling [1].

Vanaf hier volgen we, naar rechts, dezelfde wandeling als daarstraks, maar in omgekeerde richting.

Na 3 minuten kruisen we een grindweg, maar rechtover gaat een betonnen trap verder ([1] en blauwe stippen). Weer 2 minuten verder komen we op een asfaltweg die we omhoog volgen tot we even daarna onder de kerk van Lámira komen: hier gaat ons pad via een trap rechts van een nieuw huis verder (er is een bankje met een gedachtenissteen van 1969). We lopen nu weer op een mooi geplaveid pad tussen mooie huizen en komen langs een mooie bron van 1840. Een minuut hierna komen we op de Platía 28 Oktovríou met rechtover het mooie Parthenagogío. We gaan links de trap op, gaan na 2-3 minuten scherp links [1] en kruisen dan de asfaltweg.

Er komt dan een flinke klim en 8-9 minuten na de kerk van Lámira gaan we tussen huizen rechts en direct weer rechts - kort daarop komen we bij de mooie, in het geel geverfde bron. Hier is het even opletten: we moeten rechtdoor (blauwe stip) en gaan rechts van de kerk van Ipsiloú. We lopen wat boven de weg, komen dan op de weg die we 1-2 minuten volgen tot we weer rechts het pad [1] vinden. Kort daarop komen we bij de eerste bron van Ipsiloú, die dateert van 1763.

Even verder gaan we scherp rechts [1] en steil naar beneden; een goede minuut daarna, bij de hoek van een wit huis met een hoge schouw, gaan we weer links (alleen een blauwe stip). Verder leiden ons de stippen en de cijfers [1], ook als we weer links en omhoog moeten. Daarna komen we weer bij een bron, nu van 1842. Even later gaan we weer scherp naar rechts, we lopen een hele tijd langs een snel stromend watergootje, tot we bij de laatste bron van Ipsiloú komen, op een mooie plek, beschaduwd door een grote eik: volgens het opschrift dateert deze oude bron van 1818.

We komen op de asfaltweg, maar het gaat rechtover verder; we lopen nog altijd naast een watergootje, tot we 2-3 minuten verder er rechts weg van gaan, recht naar Chóra. Het pad wordt soms smaller en rotsachtiger tot we, 10 minuten na de laatste bron, links en steil naar beneden gaan, voor een muur met wit huisje. Beneden gaan we over een brugje met stromend water, en daarna gaan we weer rechts (blauwe stip).

Na weer 10 minuten afdalen op een soms slordiger pad komen we op beton, waar we rechts gaan. Zo komen we na 3 minuten in een bedding, waar een grote houten voetbrug over gaat

Hier kunnen we rechtdoor gaan om hoger bij het gymnásio op de hoofdstraat van Chóra uit te komen. We kunnen ook links gaan en rechts van het meestal droge riviertje lopen om zo in 7 minuten aan het Nimborió-strand uit te komen.

Voor de printbare versie
met alleen de tekst
in één kolom
hier klikken.