|
Chóra - Tripótamos - Xóbourgo - Koumáros - Loutrá - Kámbos - Chatzirádos - Ktikádos - Chóra |
||
| Beoordeling: Het gaat hier om een
lange, maar heel boeiende wandeling die je laat kennis maken met een
vijftal mooie dorpjes in het binnenland en ook voert naar de 559-meter
hoge top van Xóbourgo. Enkele paden zijn gewoon schitterend. Verdient
zeker ***.
Tijd: De totale wandeling duurt 4 1/2 uur - effectieve wandeltijd: 1u40 tot aan de voet van Xóbourgo, 25 minuten tot in Koumáros, een 20 minuten tot in Loutrá, 35 minuten tot in Kámbos, 30 minuten tot in Ktikádos en dan weer een klein uur tot in Chóra. Wij wandelden in een vrij rustig tempo van half elf tot half acht. Wil je de hoogte van Xóbourgo beklimmen, dan komt daar nog een uurtje bij - maar dit kan je ook met een andere wandeling combineren. Je kunt de tocht ook aanmerkelijk inkorten door een taxi te nemen tot aan Xóbourgo (7 € in april 2005) of door in Kámbos de bus terug naar Chóra te nemen - áls de busuren je dat mogelijk maken. Routebeschrijving: Er zijn twee manieren om in Tínos of Chóra
het belangrijke wandelpad naar het binnenland te bereiken: - ofwel vertrek je aan de nieuwe haven en kom je Chóra binnen via de Leofóros Stavroú - Kioníoon. In dit geval kom je op een eerste pleintje met palmbomen en een speeltuin. Ga je in de linkerhoek rechtdoor, dan kom je op een tweede pleintje met een fontein + dolfijn en daar leidt een nauw straatje rechtdoor naar het derde pleintje aan de voet van de Leofóros Megalocháris, waar je links omhoog kunt. Maar al op het eerste pleintje heb je misschien in de hoek ook een klein blauw bordje gezien met het opschrift Xóbourgo - Falatádos - Liváda / Fáros: je kunt dit bordje volgen en dus links de Odós Theológos Afentoúli inslaan. Het straatje gaat over in de Odós Nikoláou en na 4 minuten wijst een bord rechts naar de Evangelístria. [Eventueel kun je eerst de kerk bezoeken, maar misschien stel je dit beter uit tot op een dag dat je een kortere wandeling loopt! Als je vertrokken bent via de brede Megalocháris-laan, sla je op het laatste kruispunt voor de grote kerk links in: ook hier staat een blauw bordje dat wijst naar Xóbourgo en Falatádos. Zo kom je ook op de Odós Nikoláou.]
De Panagía Evangelístria. Vanuit de Odós Nikoláou gaan we rechtdoor in de Odós Várvaras; deze trappenstraat loopt ongeveer 5 minuten verder de stad uit en gaat over in een geplaveide weg. Na weer 2-3 minuten steken we de asfalt rondweg over en gaan we rechtover verder omhoog op een breed geplaveid pad. Even verder komen we op het oude plaveisel terecht en ook tussen de traditionele muurtje: even bedenken dat dit nog het oude Venetiaanse pad is dat eeuwen geleden al van de haven naar de burcht van Xóbourgo leidde... We laten natuurlijk een oprit met misleidende rode pijl rechts en verder ook een bredere kiezelweg liggen en gaan gewoon altijd verder rechtdoor en omhoog op de prachtige kalderími.
Het prachtige oude pad van Chóra naar Tripótamos. Na een 40 minuten komen we even op een stuk weg die van links komt, maar rechtdoor komen we na 10 meter weer op het oude, nu smallere monopáti. We gaan onder een kerkje door, buigen geleidelijk naar rechts en krijgen zo weer een mooi uitzicht op Chóra, rechts onder ons. Zo komen we na een 50 minuten bij de kapel van Agia Xéni aan - het is een goed onderhouden plek met lantaarns, maar het is er dikwijls winderig, en we rusten wat binnen op een bank. In feite bevinden we ons hier op een belangrijk kruispunt van paden, waar we misschien nog enkele keren zullen voorbij komen... Rechts is er slechts een versperd pad, links loopt het mooie pad naar beneden richting Ktikádos en Kámbos, en rechtdoor (en rechts van de kapel) loopt het pad verder naar Xóbourgo - wij gaan vandaag in deze richting. Ons pad blijft mooi stijgen tot we na 10 minuten onder een nieuwe hoogspanningsleiding door gaan - vanaf hier dalen we langzaam. Enkele minuten verder is er een driesprong: ons pad vervolgt links over een brugje, rechts van ons is er een mooie bron. Na weer 6 minuten eindigt het pad bij de asfaltweg, naast enkele huizen van Tripótamos. Rechtover links zien we de bekende kaasfabriek of "tirokomío". Rechts van de oprit naar de fabriek kun je naar beneden op een overgroeid pad, maar je kunt ook even op het terrein van de fabriek verder gaan en dan rechts het oude pad terug vinden. Je loopt in elk geval links van een kerkje en in de richting van de rechter windmolen. Even opletten: ga niet direct rechts op een vaag pad, maar vervolg rechtdoor langs een wit gebouwtje. Meestal waait het hier hard, geen toeval dat er hier windmolens staan... Wat verder komen we aan een splitsing, waar houten borden wijzen naar Xinára (rechtdoor) en naar Xóbourgo (rechts).
Het pad naar Xóbourgo. Het smalle en overgroeide pad (met nu ook af en toe de aanduiding
[2]) loopt ongeveer vlak boven Xinára, in de richting van de winderige
kloof rechts onder de indrukwekkende rotstop van Xóbourgo. Na 10
minuten komen we links van een kapel, en een grote wegwijzer stuurt ons
naar links. Na weer enkele minuten komen we al bij de eerste ruďnes van
de oude "stad" - ga hier NIET rechts op een vlak pad, maar wel
rechtdoor, links van een kleine ruďne. We stijgen nog wat, rechts
buigend van de rots die bekroond is met nog andere ruďnes. Altijd hoger
klimmend komen we zo onder een witte kapel en even verder duikt het
grote gebouw van het klooster Ieras Kardías op. Links loopt een pad
naar het kerkje - een aangename picknickplek, niet alleen voor het mooie
uitzicht, maar ook omdat je er uit de wind kunt zitten... Van bij het kerkje lopen we terug naar het hoofdpad dat we links
verder volgen. Net voor we de twee grote kerken bereiken duidt een bord
links de richting naar het Kástro aan. Doen we het toch, dan komen we na 3 minuten al door enkele resten van ruďnes; na 8 minuten bereiken we de eigenlijke Venetiaanse resten van het kástro. Maar hier zijn ook resten van veel oudere bouwwerken gevonden, o.a. van de oude stad van Tínos, die gesticht is omstreeks 1000 v. Chr. Tijdens opgravingen zijn ook geometrische en archaeďsche beeldjes aangetroffen.
Zicht naar de top van Xóbourgo.
Het pad loopt nu met treden verder tot bij het kruis van 1931 en de
antennes die de top, 559 meter hoog, bekronen. Het uitzicht hier is
schitterend: van het zuidoosten naar het zuidwesten (en van links naar
rechts) zien we bij helder weer: Mýkonos met Dílos en Rhínia (en
erachter Náxos, Páros en Antíparos), Sýros (met erachter Sífnos, Sérifos
en Kýthnos) en het onbewoonde Giáros. Ook alle dorpen die we op onze
wandeling aandoen, van Koumáros over Kámbos naar Chatzirádos naar
Ktikádos) zijn zichtbaar! We wandelen tot bij het katholieke klooster van het Heilig Hart (Ieras Kardías), we lopen rechts langs de muur, maar gaan dan niet rechtdoor, maar links - een blauw bordje wijst in de richting van Falatádos. We volgen de slingeringen van de betonweg tot we na enkele minuten voor een stal met een plat dak aankomen. Links van de stal beginnen er twee paden: het rechtse pad (met een blauw wegwijzertje) gaat naar Falatádos (zie de wandeling Chóra - Falatádos - Voláx - Agápi), het linkse pad gaat naar het dorp Koumáros (houten wegwijzer). |
Wij nemen het linkse, rotsachtige pad, dat
snel afdaalt met een mooi uitzicht op de groene vallei. Reeds na een
kleine 10 minuten komen we in Koumáros uit, een mooi dorpje met een
hoofdstraat die door drie gewelfbogen is overspannen.
Typisch straatbeeld in Koumáros. We lopen voorbij een zelfbedieningscafé en zo het dorp door tot op de asfaltweg, waar er een mooie bron staat. Dan keren we op onze stappen terug en 10 meter voorbij het derde gewelf en het café, bij huis nummer 35, gaan we rechts; even verder gaan we links en zo lopen we in noordwestelijke richting het dorpje uit (rode stip). We komen gauw op een beschaduwd pad terecht, dat vlug afdaalt (rode stip en pijl) in een heel groene vallei. Na 5-6 minuten komen we even op een betonnen helling, we steken het valleitje over en gaan rechtdoor (rode stip) verder op een smal en vlak pad. Even later gaat het met enige moeite door een traliehek, het pad is wat overgroeid en 3 minuten verder komen we op een grindweg - we nemen wel de grindweg die links naar BENEDEN gaat (dus de tweede weg). We volgen deze weg een 6-tal minuten, waarbij we door een breed open hek gaan, en komen bij Loutrá op de asfaltweg uit. Even links en direct rechts, in de richting van het dorp. Rechts van de school gaan we het dorpje in, in de richting van het museum, voorbij de kerk en in het centrum links. Werp ook even een blik in de zijstraatjes rechts, met de booggewelven. We gaan verder ZW-waarts door het dorp, rechts van het Ursulinenklooster tot we links komen van het grote gebouw van de Jezuďeten. Hier is er een kruispunt - rechts leidt een pad naar de dorpjes Perástra en Krókos, maar we gaan gewoon rechtdoor op de mooie stenen trap (grote rode stip). Nu volgt een schitterende afdaling in de heel groene vallei tot we na 6 minuten op stapstenen het nog stromende water oversteken (27 april 2005).
Tussen Loutrá en Kámbos. Daarna volgt er een steile klim, zodat we na enkele minuten een mooi uitzicht krijgen op de drie dorpen achter ons, Krókos, Skaládos en rechts Loutrá. Links van ons zien we de hoge rots van Xóbourgo met het dorpje Xinára. Even verder gaat het scherp rechts (overbodige rode pijl), een schitterende plek met een stroompje water en beschaduwd door hoge bomen. Zo'n 14 minuten na ons vertrek in Loutrá, ter hoogte van een duiventoren, komen we bij een driesprong: we gaan rechts op grond van een rode stip. Na weer 2 minuten aarzelen we weer wat, maar een rode stip doet ons kiezen voor een overgroeid en vlak pad dat rechts gaat. Het is de goede weg, want 1 minuut verder, bij twee duiventorens, wijst een rode pijl ons naar links, op een steil trappenpad. Na een flinke klim komen we plots bij een kerkje en zien we het dorp van Kámbos voor ons - een geplaveid wegje, daarna grind loopt er naar toe. Opletten evenwel: bij het begin van het dorp moeten we de eerste, wat overgroeide straat links nemen en dan volgen we de rode stippen. Voorbij de kerk gaat het even rechts en dan weer links, waar we weer een rode stip vinden. Voor de tweede kerk zien we op een hoek de snack bar Romantica - even rusten kan geen kwaad en bovendien loont het de moeite wat rond te kijken: ook Kámbos telt veel boogstraatjes, hoewel de "beschaving" soms toegeslagen heeft en het gewelf nu van beton is... We gaan de straat bij de bar Romantica verder door (dus links van de tweede kerk), tot aan het eind van het dorp (let op de mooie zijstraatjes) en zo komen op de asfaltweg bij een telefooncel en het bushokje. We volgen de asfaltweg naar links, in de richting van de molen met een rood dak. Vier minuten verder, in een bocht naar links en 50 meter voor de molen, is er rechts een betonnen muur met een hekken - links ervan begint een pad tussen muren. We dalen in de richting van de blauwe koepel van de kerk van Chatzirádos - na 4 minuten houden we bij een kapel natuurlijk links (rode stippen) en enkele minuten verder kruisen we een grindweg en gaan we op een steile helling rechtdoor. Het slordige pad komt bijna in Chatzirádos aan, maar 50 meter voor de kerk komt een brede trap van rechts: hier gaan we een geplaveid steegje links in. Weer 50 meter verder, op een pleintje naast een klein torentje, gaan we een brede trap links op en zo komen we naast de asfaltweg met een bushalte: we gaan er niet op, maar blijven op de geplaveide straat rechts ervan rechtdoor gaan in de richting van een molenruďne op de tegenoverliggende heuvel. De betonnen straat, later met treden, eindigt aan een brug die we oversteken; daarna slingert de weg verder tussen verspreide huizen, met soms een kerkje. We houden eerst links, later rechts (rode stippen) en komen zo weer op een asfaltweg, die we 200 meter naar rechts volgen. Aan het eind ervan (bij een bushokje) gaan we de straat die links van de grote kerk loopt rechtdoor. We zijn nu in Ktikádos, weer een mooi dorpje; let op de mooi bewerkte lunetten boven de ramen, zelfs bij de nieuwe huizen. Eerst passeren we de Ouzéri Agnánti, even verder de mooie taverne Drosiá. Hier kun je eventueel iets drinken, genietend van het mooie uitzicht, maar even verder is het uitzicht even mooi, van op het voorhof van de laatste kerk, de Panagía Megalómata (OLV met de grote ogen) - hiervoor gaan we even naar rechts door het hekken met een mooi bewerkte omlijsting. Het uitzicht over de groene terrassen is schitterend, in de kerk zelf zijn er prachtige iconen. Buiten het dorp komen we direct op alweer een mooi pad terecht, links van de groene vallei. Na 3-4 minuten negeren we het pad dat rechts afdaalt, maar we lopen verder "en balcon", recht naar de kapel ver voor ons, in de inzinking van de heuvels rechtover - daar waren we vanmorgen al! Net voor we echt afdalen zien we rechtover de mooie trap op de overkant... We steken de rivier op een schitterende boogbrug, gebouwd in 1859, over en klimmen dan 5 minuten op een mooie, brede trap, naar de kapel toe.
De brug bij Ktikádos.
De brug van Ktikádos. Zo komen we terug op het aangelegde terras, van waar we al de landtong van Tínos-stad zien, waartegen de oude haven aanleunt. Links zien we Mýkonos met het kleine Dílos, verder Náxos en Páros. We gaan hier natuurlijk rechts op het mooie oude monopáti, dat ons vanzelf naar Chóra brengt. Na 8 minuten komen we even op een grindweg terecht, maar 20 meter verder gaan we links weer het oude pad op, dat nog uit de tijd van de Venetianen stamt. Tijdens de lange, gestage afdaling krijgen we geleidelijk in de avondzon een heel mooi zicht op Tínos.
Chóra in de avondzon. Net voor we de rondweg bereiken gaan we op een nieuwe bestrating over en over de asfaltweg gaan we rechtdoor, links houdend op de geplaveide weg. Zo kunnen we altijd rechtdoor lopend op ons vertrekpunt uitkomen, maar we kunnen ook de eerste brede straat links nemen en dan verder rechts de Leofóros Megalocháris, om zo in schoonheid in volle centrum aan de jachthaven uit te komen. Voor
de printbare versie |
|