Chóra - Moní Chozoviótissa - Asfondilítis - Egiáli |
||
Beoordeling:
Dit is zeker één van de koninginnewandelingen van Amorgós. We volgen
de ruggengraat van het eiland, we maken kennis met het
schitterende Chozoviótissa-klooster, verkennen enkele unieke
landschappen en komen ten slotte aan in de aangename baai van Egiáli,
waar we kunnen zwemmen. Krijgt uiteraard het maximum van ****. Tijd: De effectieve wandeltijd neemt zeker 4 uur in beslag en het is dan ook nodig vrij vroeg te vertrekken, door b.v. rond 9 uur de bus van Katápola naar Chóra en Egiáli te nemen. Het is aan te raden het klooster vóór de aankomst van de meeste toeristen te bezoeken, ten laatste rond 10 uur. Je kunt picknicken na ongeveer 2 uur wandelen, in de buurt van het het verlaten dorp van Asfondilítis, en zo kom je ten slotte rond 4 uur in de namiddag aan in Egiáli, waar je nog rustig de tijd hebt voor enkele uren op het strand. Avondeten kun je in één van de taverna's bij de haven, om dan met de avondbus (ca. 45 minuten) of met de Express Skopelítis (ca.1 uur) terug te keren naar Katápola. Routebeschrijving:
(0u00)
Van bij de bushalte aan het begin van Chóra wandelen we rustig
via de Mési, de hoofdstraat, naar het andere eind van het drop. (0u10) Op het plein rechts kunnen we zeker eerst van het schitterende uitzicht genieten! Ook rechts, achter een metalen hekken, begint de prachtige afdaling naar het klooster toe (wandelbord).
Het wandelbord bij het begin van de afdaling naar het klooster. Nu volgen we 15 minuten de prachtige trap naar beneden, hoog boven de zee lopend.
Het monopáti dat afdaalt van Chóra naar Chozoviótissa.
Op de trap die leidt naar het klooster. Hier moet je zeker voldoende tijd uittrekken voor een rustig bezoek; je moet er ook rekening mee houden dat je fatsoenlijk gekleed moet zijn om binnen te kunnen (de mannen een lange broek, de vrouwen een rok en bedekte armen...). De oudste bewoning dateert van de 9de eeuw, het huidige gebouw is ten hoogste 5 meter breed en telt 8 verdiepingen. Let o.a. op de mooie Venetiaanse boog boven de lage ingangsdeur (15de eeuw) en op de mooie iconen in het kerkje. Je krijgt water, loukoum en een glaasje likeur aangeboden - laat dus ook een kleine gift achter voor de behoeders van deze schitterende plek...
Het klooster van de Panagia Chozoviótissa. (0u41) Opnieuw buiten kunnen we nu aan de eigenlijke wandeling beginnen door
het metalen hek door te gaan (wandelbord Asfondilítis 1u50 / Egiáli
3u30) en [1]).
Duidelijke bewegwijzering... We steken nu een grote helling met losse stenen over en dan een meer begroeid stuk, terwijl in een groots landschap en een diepe stilte de enorme rotswand hoog boven ons oprijst, met de zee rechts van ons in de diepte. Ongeveer 10 minuten voorbij het klooster wordt het pad gemakkelijker, we stijgen nu nog licht, op een begroeide bergflank. (0u59) Een kleine twintig minuten na het klooster
bereiken we een soort plateau, bezaaid met grote witte rotsen - we zien nog net de
hoogste tip van het klooster achter ons verdwijnen...
De bijna verticale rotswand van de Profítis Ilías. We gaan verder over de rotsachtige en begroeide helling, altijd rechtdoor; we laten een pad links dat naar de Byzantijnse kerk van de Panagía Theosképasti leidt en een pad rechts naar Agios Ioánnis Chrysóstomos (bord). We gaan verder op een stenig pad, nu meer links omhoog naar de bruine streep door het landschap van een stenige weg die we na 10 minuten bereiken. (1u09) We volgen deze nutteloze verwoesting van het landschap door een indrukwekkende rotswoestenij, tot we 21 minuten later aankomen op een soort pas, met links en rechts van ons de twee kusten van Amorgós. Hier is er een soort kruispunt van wegen en er is ook een waterput. (1u30) We gaan rechts verder (wandelbord Egiáli 2u40) en
[1]): ons pad loopt links van
een stenige weg, met rechts van ons het Xenodochío, de resten van en
soort middeleeuws hotel op de weg van Chóra naar Egiáli. Het pad
stijgt nog wat, enkele grote cairns houden ons op de goede weg tot we na
4-5 minuten weer een
bordje [1] aantreffen. We lopen hoog boven de moderne weg en krijgen
een mooi uitzicht op het eiland Nikouriá. We zien het bruine pad goed
vóór ons en nu blijven we ongeveer op dezelfde hoogte. (1u45) We komen nu op ongeveer het hoogste punt van onze
tocht, zo'n 420 meter hoog, met rechts de top van de Kástellas (485
meter); we zien het bruine pad goed verder lopen naar een volgende
hoogte. We dalen dus en stijgen dan weer, en zien nu een indrukwekkende
vallei vóór ons liggen, waarrond het monopáti zal lopen. |
(2u00)
Bij een witte cairn komen we voor een ondiepe, kuipvormige vallei,
waar we ons pad weer vóór ons zien lopen, naast of tussen
afgebrokkelde muren. Links van ons schuift ondertussen een driehoekige
top, 460 meter hoog, voorbij. We komen dus tussen muren terecht, die wat
verder van elkaar wijken, tot we links van enkele ruïnes komen. Verder
wordt het pad weer stenig, met een muur links ervan; de muur wijkt af
naar links en wat verder zien we eindelijk Asfondilítis vóór ons
liggen. Tot voor kort
was dit "dorpje" helemaal verlaten, eenzaam op een stenig plateau.
Nu is men hier en
daar aan het bouwen en verderop zijn enkele huizen gerestaureerd.
Ook het kerkje is overgerestaureerd...
Het kerkje van Asfondilítis. (2u36) We gaan rechtdoor (een wegwijzer wijst naar Chálara) op wat nu meer een breed pad is; even verder herbegint gelukkig het rotsachtig pad. Let op: VOOR de laatste van 8 waterputten moeten we LINKS omhoog (rode stip) - het pad rechts daalt af naar Chálara. Let ook op graffiti links op de rotsen, bij het begin van het stijgende pad. Ze zijn oud, want er staan jaartallen als 1916 en 1920.
De waterputten, bij het verlaten van Asfondilítis.
Oude graffiti in Asfondilítis. We volgen vele minuten het prachtige pad: voor ons zien we de driehoekige top van een berg met links op de flank een molenstomp - op de pas links daarvan moeten we komen. (2u43) Na 7 minuten zijn er enkele passages met grote platte stenen en 4 minuten verder begint de langzame klim naar de pas op een prachtig pad. De elektriciteitspalen zonder draden getuigen ervan dat Asfondilítis enkele tientallen jaren geleden nog bewoond was... (2u55) We steken de winderige pas over en komen enkele minuten verder in Oxo Meriá, precies tussen de 2 heuvels bekroond met ruïnes van windmolens. We lopen verder op een stenige vlakte en komen dan weer tussen muren terecht. (3u01) We stijgen nog even en zien dan ook de zee links van
ons; het pad zal nu rond een schitterende amfitheater lopen, eerst vlak
of licht dalend, dan de hele tijd licht stijgend tussen muren om aan te
komen bij de kapel van Agios Mámas, die we van hier al zien.
Een prachtig pad tussen Oxo Meriá en Agios Mámas. Tegen het eind houden we natuurlijk rechts [1], we stijgen
eerst op een stenig pad, dan op zware treden, en zo komen we links van
de kapel. We hebben een werkelijk schitterend uitzicht op Nikouriá.
Panorama op Egiáli en (hoger rechts) Tholária. (3u20) Vanaf nu zullen we alleen maar dalen, eerst op een heel stenig pad (met nu ook Langáda recht voor ons), daarna lange tijd op een ongelijk plaveisel of op treden - goede schoenen zijn weer heel nuttig. Op een weer stenig pad dalen we af in een zijvalleitje; beneden komen we op een prachtige plek, met een waterput en een vijgenboom. (3u32) Het pad gaat nu min of meer vlak verder, maar dan begint de afdaling naar Potamós op heel veel treden.
De afdaling naar Potamós. We passeren nog een waterput en net voor het dorpje komen we op een betonnen straatje, dat verder geplaveid wordt. We zijn nu iin Potamós en komen o.a. voorbij het aangename Kamára café. (3u48) We passeren daarna ook een kapelletje en verder het
parkeerterrein. Na ca. 250 treden zijn we in Káto Potamós: op het
dwarsstraatje bij een telefooncel gaan we rechts naar beneden; na een
bocht links houden we rechts en zo komen we boven de hoofdkerk uit, waar
we verder rechts afdalen. (4u01) We volgen die natuurlijk links naar beneden en steken de asfaltweg over. Net voor het eind ervan en even voorbij het postkantoor gaan we het straatje links in. Het buigt rechts, komt naast enkele aanlokkelijke terrasjes en bij Mike's hotel komen we aan de waterkant, precies tegenover de havendam. (4u09) Rechts van de havenpier bevindt zich de bushalte en liggen er ook enkele restaurants. En vooral: het strand van Egiáli is heel aantrekkelijk om er nog enkele uurtjes te slijten. De bustocht terug duurt ongeveer 45 minuten, maar je kunt in een kantoortje ook tickets kopen voor de Express Skopelítis, die 3 keer per week rond 20 uur terugvaart naar Katápola: de tocht door de nauwe geul tussen het vasteland en Nikouriá loont de moeite, en in een uur ben je terug in Katápola. [Wil je de wandeling in de omgekeerde richting maken, dan neem je in Egiáli
vanaf de havenpier de straat die recht naar Potamós loopt. Daar
volg je de trap die naar de kerk met de blauwe koepel gaat en dan ga je
steeds hoger... - zie voor de eerste helft ook de wandeling Egiáli -
Potamós - Asfondilítis en terug.
|
|