Filóti - Agia Marína - Danakós - Fotodótis - Apíranthos 

Beoordeling: Een heel mooie wandeling, zowel voor het traject naar Danakós als voor het deel tussen Danakós en Apíranthos. Het Fotodótis-klooster is een heel originele bezienswaardigheid, de klim er naar toe gaat over een prachtige kalderími en de landschappen zijn weer schitterend. De paden zijn soms wat onduidelijk, maar deze beschrijving zal je hopelijk helpen op de juiste weg te blijven. Verdient
***.

Tijd: Je kunt de bus nemen naar Filóti en dan door het dorp omhoog wandelen tot bij de kleine kapel van Agia Marína - dat kost je 35 minuten. Je kunt 20 minuten sparen door de bus, die na Filóti doorrijdt richting Apíranthos en Apóllonas, te laten stoppen bij het kruispunt naar Danakós. Naar Danakós is het 45 minuten wandelen, van daar naar Fotodótis een half uurtje en dan is het weer 45 minuten tot in het mooie Apíranthos. Een totaal van 155 minuten, ruim tweeëneenhalf uur effectieve wandeltijd - reken dus op een tocht van een goede vijf uur (TWT), wat betekent dat je in Apíranthos vrij gemakkelijk de bus van half 5 terug naar Chóra kunt halen.

Routebeschrijving: Nabij de bushalte in Filóti is het vaak een hele drukte: het is een kruispunt van de wegen naar Chalkí, naar Agia Marína, Apíranthos en Apóllonas en naar Damariónas.De meeste tavernes en winkels liggen vlak in de buurt. We wandelen even richting Agia Marína (naar rechts, kijkend naar het terras van het kafenío O Plátanos), en we gaan de eerste trappen links omhoog op; het gaat altijd hoger, dan even plat om onder de kerk van Agios Andréas te passeren. We gaan weer hoger, via de huizen 506/507, en zorgen ervoor tot bij het hoogste deel van het dorp te komen (waarbij we niet te veel naar rechts gaan). Via een betonnen trap komen we bij het hoogste punt, waar een klein parkeerterrein ligt. Hier gaat een wegje links, en rechts ervan twee paden: we nemen het linkse pad, een heel mooi pad dat ons gauw een mooi uitzicht op Filóti biedt. Na een kleine 5 minuten houden we op een rotsachtige plek rechts om zo de trap te vinden die in vele steile slingeringen omhoog gaat: we hebben een schitterend panorama over Filóti, Chalkí, Tsikalarió en rechts Moní en de hele Tragéa-vallei met de duizenden olijfbomen - het rode dak in het midden is de grote school van de Tragéa-vallei, naast Chalkí.

Na de slingeringen volgen nog 30-40 betonnen treden, tot we op de asfaltweg uitkomen, die we naar links volgen tot bij het kruispunt. Hier gaan we rechts, richting Danakós.

[Op dit punt zou de bus ons kunnen laten uitstappen.]

Even later kunnen we via een smal pad rechts een bocht van de weg afsteken, en even verder zouden we rechts een ommetje naar de kapel van de Profítis Ilías - alweer! - kunnen maken, van waar we een mooi zicht tot helemaal in Chóra hebben; verder zien we het eiland Páros liggen... Van bij de kapel keren we wat terug om dan verder rechts te gaan tot bij de volgende bocht van de asfaltweg.

Het kruispunt boven Filóti.

Terwijl we nu de slingeringen van de weg volgen, hebben we weer mooie uitzichten op de toppen, waarbij de kapellen een soort ballet spelen. Na 10 minuten de weg te hebben gevolgd komen we bij de heel bescheiden kapel van Agia Marína. Hier start ook, rechts van de kapel, de wandeling naar de Pírgos Chimárrou.

Links van de kapel zien we eerst een pad, dan de asfaltweg naar Danakós en dan een grindweg, waar een wegwijzer naar het "Ierá moní Fotodótis" wijst. We zullen natuurlijk NIET deze grindweg volgen, hoewel dat duidelijk veel korter zou zijn, maar wel het pad direct links van de kapel: tussen twee muren openen we daarvoor een hekken en zo komen we op een heel mooi pad terecht, dat op een idyllische wijze tussen veldjes loopt, mooi beschaduwd. We dalen af tussen vogelgefluit en na een kleine 15 minuten gaan we naar beneden in een zijvalleitje, met water. We kruipen rechts van een boom en steken met moeite over, maar aan de overkant vinden we een klein steenmannetje en gaat het pad verder zuidoostwaarts. We lopen verder langs verlaten wijngaarden en op en af overgroeide veldjes. Op een vage splitsing houden we links, we gaan weer door een hek en dan weer op vage paadjes tussen verlaten en door bloemen overwoekerde veldjes.

Ten slotte, na in totaal een half uur, gaan we weer door een hek en komen we op een prachtig, breed stenen pad terecht, dat nu een hele tijd slingert boven de mooie vallei, tot we na weer 10 minuten op een grindweg uitkomen. We volgen die even naar rechts, maar gauw dalen we links op een trap in de vallei af. We komen beneden in Danakós aan, op een prachtige plek: er staat een heel mooie plataan bij een waterrijke bron, er is een brugje en verder langs de waterleiding liggen er wel vijf molens!

De plataan onder in het dorp Danakós.

Tussen twee kafenía gaat een betonnen trap links van de school omhoog. Na enkele minuten komen we op de weg terecht, even gaan we rechts, maar bijna direct vinden we een ander pad dat links omhoog gaat. Het slingert 10 minuten in heel mooie, korte en steile bochten omhoog boven Danakós, dan volgen we weer 10 minuten een schitterende kalderími die ons steeds hoger voert. Aan het eind moeten we door een groot houten hekken, waarna er een eindje een smaller pad volgt. Dan komt er weer een mooier stenen monopáti, tot we na in totaal 30 minuten sedert Danakós voor ons de versterkte toren van Fotodótis zien.

Dit versterkte klooster dateert uit de 15de eeuw of vroeger; het is al lang verlaten, maar binnenin zien we toch nog een verrassend goed bewaarde koepel en zijbeuken en een waarschijnlijk originele stenen vloer. Via een buitentrap rechts opzij kun je tot boven en naast de koepel komen en zie je goed hoe de kerk als het ware in de oude toren ingebouwd is.
Buiten is het een heel geschikte plek om te picknicken.

De versterkte kerk van Fotodótis.

Vanaf de toren volgen we het pad naar het einde van de grindweg en dan gaan we rechts tot boven het huis dat in de buurt ligt. Hier gaan we enkele trappen naar beneden en links van de druivengaard boven het huis begint het smalle pad - we hebben er een mooi zicht op de toren, in het oosten ook mooi uitzicht op enkele kleine eilanden en op Donoússa.

We klimmen even steil te midden van brem en bloemen (23 mei 2004) en komen zo op een inzinking in de heuvels terecht: we openen 2 hekkens en voor ons krijgen we een mooi uitzicht op Apíranthos. Na het tweede hekken gaan we links van een vallei vol bomen.

De volgende 5 minuten blijven we een pad langs een muur volgen: soms is het te overgroeid en lopen we beter rechts ervan. Zo komen we links en boven het veld met bomen. Hier wordt het even opletten: we gaan niet links een kleiner valleitje in, maar gaan eerder wat rechts omhoog om zo via een vaag geitenpad met soms een rode stip verder te gaan. We krijgen een schitterend zicht op de hele groene vallei van Apíranthos met een kapel. Van bij een stalletje houden we  even links, daarna draaien we weer rechts, zodat we onderaan een muur weer op het pad terecht komen. Nu gaat het weer recht naar het kerkje toe. Bij een boerderij aarzelen we even: hier zou je waarschijnlijk de vallei links kunnen oversteken om zo bij de kapellen van Agios Geórgios en Agios Pachómios te komen, maar de boerin stuurt ons naar rechts.

We gaan dus eerst naar rechts, steken een valleitje over en volgen altijd maar een vaag pad op de rechter flank van de vallei die onder Apíranthos ligt. Zo komen we ongeveer 150 meter van het kerkje Agios Geórgios; we gaan er niet naar toe, maar lopen zachtjes omhoog, rechts van Apíranthos houdend. We dalen nu geleidelijk af, langs paadjes die in de lengte van de veldjes lopen, tot we wat moeten zoeken om tussen de rotsen die rechts van ons liggen in een valleitje af te dalen. We komen op een smal weggetje langs het water terecht, gaan 1 minuut rechts en ten slotte geraken we via een traliehek en een betonnen brugje links op een betonnen wegje.

We stijgen nu snel uit de vallei; na 5 minuten laten we een pad links (dat naar de kapel van Agios Pachómios loopt) en na nog eens 5 minuten komen we op de grote asfaltweg uit.

We volgen die naar rechts. De bus stopt in de volgende bocht of ook bij de pantopolío of kruidenierswinkel. Wil je het mooie dorp van Apíranthos in, dan neem je even verder de trappen die links omhoog gaan.

[Moet je niet dringend een bus halen, dan is een bezoek aan Apíranthos erg aan te raden. Je kunt hiervoor eerst naar de kerk Kímissis tis Theotókou wandelen, helemaal rechts in het dorp. Dan ga je links terug tot op het langwerpig pleintje met het winkeltje van "The Aperinthian womens association" met allerlei weefsels, met enkele hippe cafés en met de workshop "Apiranthos Art". Het plein gaat over in een mooie, met marmer betegelde straat: links ligt het café Samarádiko met een mooi terras en we komen voorbij het heel smalle kerkje van Agios Sardónis. Even verder ligt het archeologisch museum opgericht door Michaďl Bardáni: je ziet er heel veel kleine Cycladische beeldjes, een kleivaasje uit het 3de millennium v.Chr., een geometrische trípodos uit de 8ste eeuw, voorhistorische stenen werktuigen, bronzen speerpunten, enz.

De platia van Apíranthos.

Daarna bereik je een kleine platía met mooie huizen uit 1846 en 1897; erboven zie je het folkloremuseum, bestaande uit drie kamers van een niet zo oud huis: in de woonkamer, de keuken en de slaapkamer zie je allerlei traditionele voorwerpen en werktuigen. Je kunt daarna nog even de straat verder langs wandelen, om dan terug te keren naar je vertrekpunt bij de hoofdkerk. De bus - als er nog één is - kun je dan nemen op de grote weg over de brug. Eventueel zul je een taxi moeten bellen].

 

Voor de printbare versie
met alleen de tekst
in één kolom
hier klikken.