Ioulída - Leeuw - Dosonári - Diaséli - Otziás
Beoordeling: Dit zal - na misschien een kennismakingswandeling, zie de
wandeling Ioulída en omgeving - waarschijnlijk de eerste wandeling zijn die je
maakt op Tziá. Het is dan ook een heel mooie wandeling die voortdurend verloopt
op prachtige paden; je komt langs de beroemde Leeuw, passeert één van de
mooiste bronnen en daalt dan af naar de mooie baai van Otziás met een heel mooi
strand. De wandeling is bovendien heel goed bewegwijzerd met houten bordjes en
roodwitte plaatjes met [1].
Voor de terugkeer kun je opteren voor hetzelfde traject te voet. Eventueel kun
je ook de bus of een taxi nemen naar Korisía en van daar wandeling [2] terug
naar Ioulída/Chóra maken (zie de wandeling Chóra - Agios Konstantínos -
Milopótamos - Fléa - Korisía, maar dan in omgekeerde richting).
Vertrek je uit Korisía, dan kun je uiteraard eerst wandeling [2] maken en dan
deze wandeling.
Verdient het maximum van ****.
[Bijgewerkt in mei 2010 door Ivan Polunin, Mallorca] [Zie ook mijn recentere
wandeling Ioulída - Otziás en teryg]
Tijd: Het gaat om een vrij korte wandeling die als effectieve wandeltijd (EWT) zo'n 1u40 vraagt. In werkelijkheid reken je ongeveer met 3 uur TWT - als je vertrekt tussen 10 en 11 uur, kun je makkelijk tussen 1 en 2 uur op het strand zijn voor een frisse duik, waarna je rustig kunt picknicken of lunchen in de mooie taverne Otziás, wat verscholen achter de bomen zo'n 50 meter weg van het midden van het strand. Daarna kun je nog wat van het mooie strand genieten en terugkeren naar Korisía of Ioulída.
Routebeschrijving: Voor alle wandelingen vanuit Chóra vertrekken we van op het parkeerterrein (met bushalte). We gaan links van het winkeltje Kianos door de pittoreske gewelfde doorgang (de stóa) en komen zo op een minuscuul pleintje, de Piátsa, met het terrasje van het café/estiatório I Piátsa. Het straatje links gaat naar het Kástro, wij gaan rechts door een modern gewelf naar het centrum. Na 20 meter houden we bij een groot houten wandelbord rechts; voor ons zien we de kerk met de rode koepel van Agios Dimítrios, we komen langs de mooie bar + terras En Levkoó en bereiken zo via de Odós A. Lazarídi het centrale plein, de "platía", met het "dimarchío" of gemeentehuis.Voorbij de kerk volgen we altijd maar verder de mooie, brede hoofdstraat, licht stijgend. We verlaten de huizen en komen op een prachtig geplaveid pad, waarbij we aan de overkant van de vallei al het vervolg van het pad zien lopen, met eronder de plaats van de Leeuw. Ons pad buigt links onder het kerkhof met mooie cipressen door en zo krijgen we een mooi zicht achter ons op Chóra. We passeren een mooie bron met de tweekoppige adelaar en krijgen nu ook een mooi zicht op de Leeuw. Het pad maakt verder weer een bocht naar links, bij een bron en onder het kapelletje van Agios Elefthérios - een mooie plek om wat te genieten van het uitzicht op Chóra. De bestrating houdt op en zo komen we 2 minuten daarna bij het ijzeren hekje dat links toegang geeft tot de Leeuw van Kéa. Dit schitterend beeld, daterend van de jaren 600 v.Chr., is een beeld van de archaïsche tijd; de lichte glimlach van het dier herinnert aan de glimlach van de kourosbeelden, zo typisch voor de archaïsche periode (7de - 6de eeuw v.Chr.). Deze leeuw is waarschijnlijk verbonden met de legende van de leeuw die de nimfen achtervolgt. Volgens de mythe zou de bloeiperiode van het eiland, toen rijk aan water (vandaar de oude naam "Hydroussa", van het oud-Grieks "hudoor" = water) en woonplaats van de waternimfen of Naïaden, brutaal verstoord zijn door de komst van een leeuw. De leeuw verjoeg de nimfen, die vluchtten naar het naburige Euboea, waarna een zware periode van droogte volgde. Daaraan kwam slechts een einde doordat Aristaeus, zoon van Apollo, en bekend als uitvinder van de bijenkweek, door offers aan Zeus de zomerwind of meltémi deed ontstaan. Was de glimlach die wij bij de leeuw zien misschien toch eerder een grijns...?
Na dit mythologisch intermezzo keren we terug naar het hoofdpad dat we links
verder volgen; het is af en toe rotsachtig, dan weer grind. Met een mooi
uitzicht links en achter ons komen we na een kleine 7 minuten uit bij een brede
plek rond een prachtige plataan en de mooie Venjamin (Benjamin)-bron. De ringen
in de muur rechtover wijzen erop dat dit een druk gebruikte drenkplaats of
rustplaats voor de dieren was.
Rechtdoor gaat ons zanderig pad horizontaal verder om na 2 minuten bij een
splitsing te komen met een mooie wegwijzer: links naar beneden gaat ons pad [1]
verder naar Otziás (nog 1u05), rechts gaat een pad naar Spathí (nog 1u30).
Het monopáti is nu mooi bestraat en daalt dan als mooi trappenpad in de vallei af. Na een goede 10 minuten steken we de droge bedding over - let op de vele sprinkhaantjes die opvallen door hun dubbele vleugels als ze opvliegen. Ook de eikenbomen vallen op, heel typisch voor het binnenland van Kéa. Het nu smallere pad gaat omhoog, dan omlaag, dan kruisen we een tweede valleitje; het duidelijke pad (met vele [1]-tekens) klimt nu tot we na weer 8 minuten op een grindweg uitkomen. We volgen die even naar links (houten bord) en dan vervolgt het pad rechts: het is aangenaam wandelen door de bloeiende brem (26 mei 2006) en de zachte afdaling.
Na 7 minuten komen we op een heel schaduwrijke, koele plek onder mediterrane esdoorns, daarna dalen we sterker af op een rotsachtig of geplaveid pad. Na enkele minuten buigen we links bij splitsing.
[Het is hier op de eventuele terugtocht even opletten: hier gaan we rechts omhoog met de [1] ].
We komen in een heel groen landschap terecht met bloeiende oleanders, eikenbomen en gele brem. We volgen enkele minuten een soort rotsbedding met veel schaduw, onder eikenbomen en tussen brem en oleanders, maar na enkele minuten gaan we bij een hekken in betonijzer weer uit het valleitje. Nu volgt weer een mooi rotspad, dat dan gauw daalt tussen bizarre rotsformaties.
Na weer 4 minuten gaan we natuurlijk rechts ([1] op trede) en dan
volgt weer een prachtig, nagenoeg effen stuk, met links boordstenen; we gaan
steeds hoger boven de dalende en breder wordende vallei. Na 11 makkelijke
minuten komen we op een heuvelkam met enkele huizen en dan ook op 2 grindwegen -
we hebben nu een mooi uitzicht op de baai van Otziás. We gaan natuurlijk links,
maar bijna direct gaat ons pad schuin rechts verder en volgt er een gemakkelijke
afdaling. Bij de eerste huizen wordt het pad slordiger door de rommel die op de
naderende "beschaving" wijst en na in totaal 11 minuten komen we op
een grindweg die we rechtdoor volgen. Even verder gaan we op beton links en na
korte tijd komen we op de grote asfaltweg uit - we gaan rechts, en hier moeten
we bij een eventuele terugkeer ook terugkomen.
Opletten nu: na 30 meter al daalt een pad, bij drie witte paaltjes, links af -
de [1] is wat verborgen op de trap. Het brede, grazige pad loopt na 5 minuten op
een grindweg uit, die ons links in nog eens 4 minuten op het strand brengt -
even voor het strand kruisen we de asfaltweg en daarna komen we op een mooi en
breed zandstrand uit, met parasols, afdaken en banken. Ga misschien nog 100
meter naar rechts, het strand is er het best, er is ook schaduw van tamarisken
en naar rechts toe, over de asfaltweg, is er de mooie taverne Otziás met een
prachtig terras.
Voor de eventuele terugweg naar Ioulída geven we hier heel kort enkele
aanwijzingen:
- van op strand links, over asfaltweg en grindweg rechtdoor (houten bord met
"Ioulída 1u40" en [1]); na 3 minuten rechts op grazig pad tot op
asfaltweg
- even rechts en na 30 m bij eerste betonweg links
[Hier is er rechtover een bushokje, eventueel kun je met de bus terug naar Korisía. Het alternatief, 25 minuten of 1,8 km asfaltweg volgen tot in Vourkári aan de baai van Korisía, en dan nog 2,5 km asfalt langs de baai zelf, is echt niet zo aantrekkelijk.]
- het beton wordt een grindweg, deze weg omhoog volgen en dan vinden we het pad (rood
opschrift Ioulída)
- na 11 minuten mooi pad gaan we op grindweg links omhoog, maar na 20 meter gaat
het monopáti rechts omhoog, bij rood opschrift Ioulída
- na de rotsformaties en de passage in de rotsbedding moeten we opletten dat we
enkele minuten verder rechts omhoog gaan [1]
- het vervolg van het pad is vanzelfsprekend.