Moní - Chalkí - Apáno Kástro - Páno Potamiá - Koúroi - Kournochóri
Beoordeling: Dit is een lange wandeling, die enkele hoogtepunten combineert - nuttig misschien als je niet te veel tijd hebt om Náxos te bezoeken. Je ziet tussen Moní en Chalkí twee prachtige Byzantijnse kerken, een eventueel bezoek aan Chalkí is uiteraard heel interessant, je komt langs het Apáno Kástro en kunt de groene vallei van Potamiá even bezoeken, en ten slotte kun je nog twee koúrosbeelden bezichtigen. Verdient ***.
Tijd: De eigenlijke wandeltijd vergt een uurtje tot bij de kerk van Agios Geórgios Diassorítis, van daar is het via de kortste weg een uur tot in Páno Potamiá. Daarna is het 35 minuten wandelen tot bij de Koúros van Mélanes en dan nog eens een half uur tot in Kournochóri. Deze drie uur effectieve wandeltijd (EWT) betekent in feite, met bezoeken en pauzes, een wandeling van zes uur, en dan hebben we nog geen rekening gehouden met een omweg via Chalkí of in de vallei van Potamiá. Het wordt dus een mooie, maar lange wandeldag.
Routebeschrijving: Slechts in volle zomer kun je met de bus naar Moní, anders moet je er een taxi naar toe nemen. Je wandelt dan het dorp in tot bij café Parádeisos en het estiatórion To Panórama.Het is nog vroeg, maar op het terras van To Panórama is het goed zitten en het uitzicht is heel aantrekkelijk. Van op het balkon van het café zien we de witte bovenbouw van de Panagía Drosianí, waar we langs zullen komen, en ook beneden ons de blauwe koepel van de kerk waar we eerst naar toe moeten.
Voor het begin van de wandeling gaan we voorbij To Panórama, bijna tot aan het einde van de straat en dalen daar de trappen rechts af tot links van de kerk. Aan de zuidkant van de kerk gaat er een straat naar rechts die gauw met trappen in een brede boog naar links het dorp uitgaat. We volgen deze mooie en soms heel brede trap gedurende 5 minuten, dan gaan we bij de splitsing rechts. Even loopt het pad vlak verder en wordt het zanderig en zo komen we links van de kerk van de Panagía i Drosianí.
De Panagía i Drosianí (Onze Lieve Vrouw van de Dauw - volgens de legende wordt de beroemde icoon van Onze Lieve Vrouw nat telkens als de streek in nood of gevaar verkeert) is een vroegchristelijke kerk die waarschijnlijk teruggaat tot de 6de eeuw; de beroemde fresco's die hier te zien zijn dateren van de 6de of 7de eeuw. De kerk is gelukkig vaak open; je kunt er een boekje (in het Grieks en Engels) kopen met uitleg en mooie afbeeldingen van de icoon en van de fresco's.
Van bij de kerk dalen we het geplaveide pad af, steken de asfaltweg over en nemen het pad rechtover (duidelijke stippen). Ons pad daalt mooi en via steile trappen af, komt in een kleine, droge bedding terecht die we naar links volgen (rood pijltje links) en volgt deze bedding enkele minuten. Uiteindelijk lopen we - maar niet te vroeg! - op de linkeroever en wordt het monopáti weer heel mooi. We steken een beekje met water over en gaan links omhoog; zo gaat het nog praktisch vlak verder gedurende 3-4 minuten tot we op een open ruimte komen met links van ons een betonnen helling. Voor ons dalen we enkele treden af en gaan links van een muur (met stippen) verder. Het wat overgroeide pad (vooral in het voorjaar) komt naast een rivier terecht en komt er op een mooie plek in uit - we volgen de droge bedding naar links.
Nu is het even opletten: we volgen de mooie bedding met oleanders gedurende exact 6 minuten; bij de hoek van een muur (met rode stip en pijl) klauteren we omhoog op een schuine rots en gaan we op een mooi pad nog 3 minuten verder. Dan komen we op een stuk grindweg uit - 50 meter verder is er een wit gebouwtje - en hier moeten we rechts omhoog naar de kerk van de Panagía Rachidiótissa, die gesloten is. Deze mooie plek nodig ons uit om wat te rusten...
Rechts van de kerk (en dus NIET terugkerend naar beneden) gaan we op een mooi pad verder tussen muren. Na 50 meter buigen we naar links en beneden voor ons kunnen we met enige moeite de geruïneerde basilica van Agios Isídoros zien liggen; even verder gaat er trouwens een pad naar rechts van waar we nog beter de basilica kunnen gaan zien. Wij moeten hier evenwel rechtdoor verder en dalen verder af, waarbij we op het wat overgroeide pad blijven. Na weer 3 minuten houden we nog altijd links en we lopen nu tussen prachtige, grote eikenbomen. Na nog eens 3 minuten komen we bij een duidelijke splitsing: het pad links loopt naar de hoofdvallei en zo terug naar de Panagía Rachidiótissa, wij moeten natuurlijk rechts; we lopen nog 3 minuten rechts van een heel hoge muur en dan komen we terecht tussen de verlaten huizen van Rachí en zo bij de kerk. Hier nemen we het smalle straatje links (rode stip) tussen huizen door en komen na 2 minuten bij een zwart hekken, waar we links kunnen afdalen in de "hoofdstraat". We dalen deze betonweg door het dorp verder af, over de brug wordt de weg breder en beschrijft hij een bocht naar rechts. In de volgende bocht naar links gaan we op een groen pad tussen muren rechtdoor (wegwijzer); bij een splitsing gaan we rechts, en verder weer rechts en over een omgewoelde strook land, om zo bij de prachtige kerk te komen van Agios Geórgios o Diassorítis (of de Heilige Joris de Redder), gelegen midden de olijfbomen. Deze kerk zou één van de oudste Christelijke gebouwen op het eiland zijn en dateert uit de 11de eeuw. Soms is de kerk open, maar zeker niet op maandag.
Van bij de kerk keren we terug, richting Chalkí: terug over de omgewoelde strook, en even verder moeten we kiezen.
[Als je Chalkí nog niet bezocht hebt, kun je hier links houden en bij de volgende splitsing rechts: met enige moeite en met natte voeten volgen we het overstroomde pad (mei 2004) tot bij het kerkje Agia Marína. De kapel is werkelijk bovenop een bron met veel water gebouwd, zelfs de vloer ligt nat! We gaan hier rechts en volgen 5 minuten lang een kronkelende weg, begeleid door rode stippen. Net voor het dorp van Chalkí steken we een betonweg over, gaan rechtdoor en komen zo terecht tegen de gevel aan van het Ergostásio Kítrou van Vallándris. Het gaat hier om één van de distilleerderijen van Náxos waar het beroemde citroendrankje wordt gemaakt. De werkplaats is een bezoekje waard; je kunt er ook allerlei variaties van deze lekkere drank kopen. Bij Vallándris ga je nog even rechts en dan weer links en dan ben je op het mooie en aangename terras van de bekendste taverne van Chalkí, O Giannis.
Van hier kom je via het winkelstraatje op een asfaltweg met rechts de mooie Panagía i Evangelístria i Protótronos: ze herbergt mooie wandschilderingen en vooral een schitterende ikonostási, maar ze is jammer genoeg meestal gesloten. Het meest kans heb je in de vooravond: dan kun je de papás soms de kerk zien openen om de vespers te zingen. Zo kun je van de schatten in de kerk en van zijn gezang genieten!
Links van de kerk kun je ook nog het straatje even inwandelen om een kijkje te nemen bij de grote toren van de Pýrgos Grazía: boven de ingang zie je het wapenschild van de beroemde Venetiaanse familie Barozzi.
Om Chalkí weer te verlaten keren we terug tot bij de distilleerderij Vallándris, waar we het smal straatje rechts nemen, waar we straks Chalkí zijn binnengekomen. Maar na 150 meter gaan we de eerste straat links in, dan direct rechts en weer direct links. Zo gaan we het dorp uit en komen we op een mooi geplaveid pad tussen muren en olijfgaarden. Eén minuut verder is er een splitsing: wij gaan rechtdoor (rode pijl naar links). Rechts is het pad naar Agios Geórgios Diassorítis, onze omweg naar Chalkí is voorbij.]
Als je NIET naar Chalkí wilt, dan ga je na de omwoelde strook even na Agios Geórgios Diassorítis rechts en wat verder kom je op het hoofdpad van Chalkí naar Tsikalarió en Apáno Kástro, waar we natuurlijk rechts gaan.
De volgende minuten is het pad wat overgroeid, zeker in het voorjaar, en hier en daar bezaaid met rommel. Na 3 minuten kruisen we weer wat een nieuwe zandweg zou kunnen zijn, na 5 minuten gaan we door een droge en vrij brede bedding, waarna we rechtdoor hoger gaan. Na in totaal 7 minuten komen we op een grindweg die we even links en dan naar rechts volgen (rode pijl en stippen); de weg wordt gauw weer een mooi pad dat, soms geplaveid, nu echt stijgt tot we na weer 6-7 minuten op een klein pleintje terecht komen bij de kleine kerk (met rechts een wasplaats) van Tsikalarió. We hebben hier een heel mooi zicht op de vallei vol olijfbomen, met aan de overkant Damariónas, verderop links het grote Filóti en helemaal links Chalkí, verzonken in de olijfvelden.
We gaan schuin rechts verder het dorp in, op de breedste geplaveide straat; na enkele minuten wordt de straat een betonweg en zo gaan we weer het dorpje uit. Na 5 minuten wordt onze weg weer een grindweg (rode stippen) en soms zien we Apáno Kástro voor ons liggen, evenals het kerkje Agios Pandeleímonas rechts aan de voet ervan - waar we straks terecht zullen komen. Na 10 minuten komen we tegen een muur aan en rechts ervan (rode stippen) begint een pad tussen een wirwar van rotsen. Het pad blijft de hele tijd mooi en duidelijk rechts van de muur lopen, maar enkele honderden meter voor het kerkje gaan we door een bres in de muur links ervan lopen (stippen). We gaan nu op gras en een vaag pad verder, aan het eind gaan we weer door een bres in de muur en zo komen we bij het nietige kerkje en bij het bord "Kástro Tsikalarioú" aan de andere kant van de muur terecht.
[Wie wil klimmen tot bij de ruïnes van het Venetiaanse Castel d' Alto (in het Grieks Apáno Kástro) kan hier over moeilijk terrein links omhoog klimmen. Het uitzicht is schitterend.]
Voor het vervolg van de wandeling blijven we rechts van dezelfde cirkelvormige muur lopen; na 5 minuten moeten we door een roestig hekken en op het hoogste punt van de pas hebben we een prachtig zicht op de vallei rechts van ons en gauw ook op Chóra ver voor ons uit. Na 10 minuten komen we warempel op een oude bestrating van een kalderími terecht; soms is die overgroeid, maar we kunnen goed op de grote boordstenen blijven lopen, tot de oude weg met een bocht over een brugje gaat en zo op een grindweg terecht komt.
We volgen deze grindweg rechtdoor, na 20 meter houden we rechts en na enkele minuten - met Chóra voor ons! - beginnen we steil op beton af te dalen - even voor de asfaltweg zien we rechts van ons nog overblijfsels van de oude kalderími. Zo komen we na 8 minuten op de grote weg terecht, die we oversteken - een blauwe bank nodigt ons uit om wat te rusten en te genieten van het uitzicht over de mooie vallei die van Ano over Mési naar Káto Potamiá loopt.
We gaan de vallei in naar beneden, op een betonwegje dat wat later een betontrap wordt; deze komt als de Odós Nikoláou Orfanoú op een pleintje met fontein uit (de platía Filothéou Orfanoú).
[Om deze veelzijdige wandeling nóg completer te maken, kunnen we hier een omwegje van een kwartiertje maken door eerst links in de vallei van Potamiá af te dalen via de Odós Giampoúra. Na 2 minuten dalen we af, even rechts houdend, om op een schitterende plek te komen: het pad loopt in een smalle vallei langs een overvloedige beek (19 mei 2004), met 2 brugjes, banken en veel schaduw. Na deze kennismaking met een vallei die verderop nog veel moois te bieden heeft keren we terug tot op het Orphanoú-pleintje, waar we de Odós Giampoúra rechtdoor blijven volgen.]
Gaan we niet even de vallei in, dan nemen we op het pleintje rechts, in de Odós Giampoúra; na enkele minuten komen we uit bij het mooie terras van de taverne I Pigí. Rechts ervan ligt de overvloedig stromende bron - het is een oude bron, maar recentelijk werd ze moderner aangelegd, jammer misschien -, maar eerst moeten we natuurlijk pauzeren of lunchen op het mooi beschaduwde terras.
Rechts van de bron is er een betonnen helling: zo gaan we rechts van de kerk omhoog en komen we op de asfaltweg uit. Rechtover is er een duidelijk pad dat na enkele minuten een prachtig geplaveid en breed monopáti wordt, en dat steil hoger gaat, begeleid door overbodige blauwe pijlen. Na 7 minuten houden we op een betonnen plek even links, maar het pad gaat direct weer rechts verder (pijlen, stippen en bordje 'Koúros'). Na in totaal 10 minuten loopt het pad mooi verder in een soort inzinking tussen de heuvels en nog wat verder is er een splitsing, waar de markeringen en een bordje ons naar links sturen. Het heel mooie pad loopt nu tussen hoge muren, min of meer vlak of soms licht stijgend. Na weer 5 minuten ontmoeten we rode letters die naar 'Ano Potamiá' wijzen, maar wij gaan verder op het nu open plateau, tussen veldjes. Drie minuten verder is er weer een splitsing: links gaat een nauwer pad rechtstreeks naar de koúros van Mélanes of Flerió, maar wij volgen het duidelijke pad rechts, geleid trouwens door een verroest bordje 'Koúros'. We gaan zo'n 8 minuten rechtdoor, heuvel op en dan weer heuvel af, tot we scherp naar rechts draaien en verder gaan langs een muur met bovenop een traliehekwerk. Erover rechts kunnen we al de plek zien met de paadjes, een bank en het beeld (de "steen" die rechts van de bank ligt...). We dalen zo een minuut af en komen op een aardeweg met een waterleiding: rechts is er een hekken, we gaan erdoor en via recent aangelegde paden en trappen komen we bij het beeld uit dat een korè is (een meisjesbeeld), midden de resten van een oude steengroeve. Het is bekend als de Koúros van Potamiá.
Daarna lopen we drie minuten terug en na het hekken dalen we rechtdoor de heuvel af, op een aardeweg die men waarschijnlijk aan het heraanleggen is. Zo komen we in enkele minuten op een dwarslaantje uit, omzoomd door oleanders, in een valleitje met stromend water. We gaan links en na 2 minuten zien we links de toegang tot de Paradise Gardens en net voorbij het smalle pad dat leidt naar de Koúros van Mélanes of Flerió. Het beeld dateert van de 1ste helft van de 6de eeuw v.Chr. en werd nooit voltooid door een barst in het materiaal. Door een hekje links kun je tot in de tuinen van de familie Kondili komen, aan wie trouwens ook de grond waarop het beeld zelf ligt toebehoort. De tuin is mooi onderhouden en aan de stenen tafel onder de grote olijfboom tussen de eigenlijke tuin en de koúros zit je werkelijk in het paradijs! Je kunt er Náxos-wijn of een glaasje kítro-likeur drinken.
Van bij het beeld of van in de tuin keren we naar het laantje terug, waar we links gaan. Verder draaien we naar rechts en komen zo op de asfaltweg en het parkeerterreintje uit. Links is er de grindweg naar Mélanes, maar even verder en links van de asfaltweg is er een wat overgroeid pad, dat onder de asfaltweg blijft lopen, verder onder de kapel Ipopanti passeert en dan naar links buigt. We komen even op beton, dalen links af en komen weer op een mooi pad terecht, naast een eerste watermolen, met veel water en een watergoot die naar de volgende molen loopt.
Ons pad loopt nu mooi en vlak verder boven de groene vallei. Na 5 minuten lopen we onder Míli door en dalen we rechts van een tweede watermolen de trappen af. Na nog 3 minuten komen we aan de derde watermolen, met erbij een barok kapelletje. [Hier daalt een pad links in het groen af, door de vallei, rechtstreeks naar Mélanes.] Wij lopen echter rechts met het water mee en krijgen een heel mooi uitzicht op Mélanes. Vijf minuten verder komen we op een wegje uit, dat afwisselend als beton- of als grindweg onder het dorp Kournochóri door loopt. Na enkele minuten komen we bij 2 kafenía terecht; van bij de cafés kunnen we via trappen tot bij het kástro en de zware toren van de Pýrgos della Rocca.
Uitrustend op het mooie terras van café O Grígoris kun je een taxi bellen.