|
Sagrí - tempel van Démeter - Pýrgos Bazéou - Damariónas - Chalkí (de torenroute) |
||
| Beoordeling: Deze wandeling is vrij
lang en niet zo gemakkelijk, omdat de paden in de omgeving van de tempel
van Démeter niet zo duidelijk zijn. Maar de tocht loont echt de moeite:
we maken kennis met een deel van Náxos waar er niet zo veel
wandelmogelijkheden zijn, de site van de tempel is heel goed
gereconstrueerd en de gerestaureerde toren van Bazéou is één
van de best bewaarde. Wil je de tempel via een kortere wandeling
bezoeken, dan verwijzen we je naar de wandeling Sagrí - tempel van Démeter
- Sagrí. Krijgt **.
Tijd: Voor de busrit van Chóra naar Sagrí - de weg die de meeste bussen naar Chalkí en Filóti nemen - moet je ongeveer 40 minuten rekenen. Na 20 minuten (EWT) wandelen zijn we in Ano Sagrí, en dan is het nog 25 minuten naar de tempel van Démeter. In een half uur komen we bij de toren van Bazéou, in drie kwartier zijn we in Damariónas en dan is het nog een kwartier tot in Chalkí. In totaal is dit 2u15, alles effectieve wandeltijd, die je met twee mag vermenigvuldigen als je met pauzes en wat rondkijken rekening houdt. De site van de tempel van Démeter is een aangename picknickplek. Voor de terugkeer vanuit Chalkí heb je vooraf de busuren gecontroleerd, eventueel moet je een taxi bellen... Routebeschrijving: Je vraagt voor je vertrekt in Chóra of de bus wel degelijk via Sagrí rijdt! Na een langzame start doorheen de buitenwijken van Chóra klimt de bus uiteindelijk naar het binnenland; na Galanádo krijg je o.a. een mooi uitzicht op de vlakte van Potamiá en de ligging van de kerk van Agios Mámas. Dan vraag je de chauffeur te stoppen bij de zijweg naar Káto Sagrí.
Panoramisch zicht op de vallei van Potamiá met Agios Mámas. Je volgt nog enkele honderden meter de asfaltweg, tot je rechts een betonwegje ziet, met een wegwijzer naar Kanakári. Dit vrij mooie laantje slingert tussen brem en bloemen (20 mei 2004) en we zien onderweg ook dat moderne Grieken vaak hun huizen in de stijl van de vroegere woontorens bouwen. In het uitgestorven dorpje van Kanakári houden we links en zo komen we op de grotere asfaltweg uit: rechtover staat een kerk met de indrukwekkende naam van Iera Mitrópolis Paronaxias Evangelismós tis Theotókou, met een prachtige beschaduwde voorhof; ernaast staat de ruďne van een toren ... die te koop is. We dalen links van de kerk en de toren een trap en een betonnen helling af en we vinden rechtdoor een smal pad tussen veel onkruid - voor ons zien we een molen en hoger Ano Sagrí. We dalen enkele minuten af en gaan dan weer omhoog op een mooi betegeld pad (dat niet op de kaart staat). Na 5 minuten komen we links van de molen ; we gaan verder op een betonwegje, langs de eerste huizen en slingeren dan op een geplaveide straat door Ano Sagrí, in dezelfde zuidzuidoostelijke richting; met wat geluk komen we aan de andere kant van het dorp uit bij het verlaten klooster van Agios Elefthérios, met rechtover links het monument voor Xenákis. Rechtover en rechts van de buste dalen we een betonnen trap af en direct gaan we rechts een smalle zandweg in; op de muur staat een rode tempel geverfd met een pijl naar rechts. We volgen deze zandweg 4 minuten, tot we links een pad zien met een bord 'Naós Ag. Nikoláou'; het smalle pad is eerst wat overgroeid (draag een lange broek alweer!), maar dan houden we links en wordt het gauw beter. We komen bij een veldje met een klein, pittoresk kerkje - bij het bordje 'entrance' kun je over de muur, maar de kerk is gesloten. We keren op onze stappen terug en volgen de zand- en grindweg dan weer verder naar links gedurende 5 minuten; we passeren onder een kerkje en na weer 5 minuten gaat er een rotspad naar links de vallei in (een vergane pijl is nog nauwelijks zichtbaar). [Het pad rechtdoor is ook mooi en loopt een hele tijd op de rechterflank van de vallei met mooi uitzicht op de heuvel van de tempel.]
Uitzicht op de tempel van Démeter. We gaan dus links de vallei in, in de goede richting naar de tempel toe, het modderig valleitje over en dan omhoog tot we op olijfvelden komen. We zien de tempel nu vrij dichtbij, maar uiteindelijk moeten we toch over een paar muren. De beste weg leek ons de volgende: na de klim uit de vallei naar de veldjes (een rode stip) en even voordat de doorgang naar de tempel afgesloten is door een traliehek, ga je best links van een gebouwtje over enkele muurtjes om zo via een veldje bij het museum te komen. De tempel ligt mooi met zicht op een aangename, zachte vallei naar het zuiden toe. De tempel zelf dateert van de 6de eeuw v.Chr. en werd in de 5de eeuw n.Chr. omgebouwd tot een kerk. Later werd hij compleet verwoest en de vele bouwelementen werden gebruikt bij de bouw van de kapel van Agios Ioánnis en zelfs in boerderijen. Pas in 1949 viel de site van de tempel op en na een eindeloos gepuzzel werd een deel van de tempel en van de Christelijke basilica gereconstrueerd - met een heel mooi resultaat. De site is mooi aangelegd en een korte wandeling leidt naar een klein, maar interessant museum.
De Démeter-tempel. Vanaf de tempel klauteren we weer een muur over naar het noorden toe en midden in een wei vinden we een smal pad naar links, dat in oostelijke richting loopt. Aan het eind van het lange veld gaan we links en rond een stal; we zien een soort karrenspoor dat we een 100 meter volgen, in de richting van de rees zichtbare Bazéou-toren. Uiteindelijk klimmen we over de rechter muur en gaan nu meer in noordelijke richting, op een pad dat na enkele minuten op enkele olijfvelden uitkomt bij de Christós-kerk. We zien er een oude vloer, oude bogen en heel vage fresco's. |
Rechts van de kapel openen we een
traliehekken, en dan gaan we helemaal links, weer in noordelijke
richting naar de Bazéou-toren toe. We houden links van een witte kapel.
Aan het eind van een lang grasveld gaan we even hoger links op het
hogere veld en daarop weer rechts, weer recht naar de toren toe. Ter
hoogte van de witte kapel moeten we ervoor zorgen NIET naar het
valleitje af te dalen, maar links en hoger te gaan; zo komen we op een
duidelijk pad tussen muren, dat we naar rechts volgen. Het gaat nu wel
naar beneden, in het valleitje het beekje over, en dan weer noordwaarts
omhoog; een 100 meter links van de kapel komen we op een grindweg uit
die we links volgen, in de goede richting.
Even verder is er een splitsing: links kunnen we in 5 minuten komen we het kerkje van Agios Nikólaos, waar we straks geweest zijn, maar wij gaan hier rechts naar beneden. Over het beekje wordt het pad even een mooi rotspad, dan volgt wat beton, daarna een vrij lange kiezelweg in de richting van de toren, tot we een 10 minuten na de splitsing op de asfaltweg uitkomen. We moeten deze weg een 7-tal minuten volgen, met voor ons de toren en rechts van ons de hoogte van Liás, 543 meter hoog, met de kerk van de Panagía Kalorítissa en helemaal boven de kapel van de Profítis Ilías. Net voor we de toren bereiken gaat er rechts een steile weg naar Kalorítissa (wegwijzer): het uitzicht van boven moet schitterend zijn, maar jammer genoeg is de weg eentonig en is er geen echt pad.
De Bazéou-toren met de hoogte van Liás. De 17de-eeuwse toren werd door de Bazéos-familie in de 19de eeuw aangekocht en dankt er zijn naam aan. Omdat er ook een klooster in gehuisvest is geweest, is het gebouw nu ook bekend als Tímios Stavrós-toren. Sedert 2000 is de gerestaureerde toren gebruikt als cultureel centrum voor concerten en tentoonstellingen.
De Bazéou-toren. Even voor we de toren bereiken is er een mooi pad naar rechts (rode stip) - dat volgen we voor de rest van de wandeling. Na korte tijd houden we bij een splitsing rechts en na een goede 5 minuten lopen we onder een groot betonnen reservoir door. We gaan verder op een mooi, breed pad, met een heel mooi zicht op de vallei, van Sagrí tot Apáno Kástro. Na 10 minuten lopen we rechts van een kleine heuvel en na een kwartier is er een splitsing; we gaan rechts en na een tijdje komen we op een grindweg die naar links buigt. Voor ons duikt een torenstomp op en we komen op een betonwegje uit: links zouden we naar Tsikalarió en Chalkí kunnen wandelen, maar wij gaan rechts en komen nu op een mooie, vlakke weg terecht die een hele tijd slingert tussen de olijfvelden en de bloeiende brem, met mooi uitzicht op Chalkí. Na 5 minuten houden we links en na weer 5 minuten rechts - we gaan NIET in de richting van de koepelkerk van Damalás. We volgen dan nog een klein kwartier het hoofdwegje tot we eindelijk Damariónas bereiken. Bij de eerste huizen kunnen we links afdalen en al slingerend terecht komen bij een monumentje, om dan 100 meter rechts de asfaltweg te volgen tot bij het eigenlijke oorlogsmonument. We kunnen evenwel ook, bovenaan Damariónas, eerst wat rechtdoor gaan en pas daarna al slingerend door het mooie dorp afdalen om zo op de weg en bij het oorlogsmonument uit te komen. Links van het oorlogsmonument dalen we de trap af en 20 meter verder nemen we een brede weg rechts. Bij de volgende splitsing gaan we links; na 5 minuten komen we voorbij een oude wasplaats en wordt het pad smaller. Het kronkelt tussen muren, gaat over een brug, dan naar rechts en 20 meter verder weer naar links. Zo komen we voorbij een sportveld met erachter een mooi zicht naar Filóti. Net voorbij een betonnen helling komen we op een dwarspad (dat we volgden op de wandeling van Filóti naar Chalkí) en we gaan rechtdoor op een heel mooi en nauw pad. Over de muur zien we rechts het pittoreske kerkje van Agios Geórgios en even later komen we bij de eerste huizen; we houden wat links en komen zo bij de mooie wasplaats met rechts een bron. We bevinden ons net onder de grote weg: we gaan rechtdoor de betonnen helling op en komen zo op de weg Sagrí - Filóti uit . Rechtdoor en dan wat rechts bevindt zich het pleintje bij de taverne O Giánnis, met het aangenaamste terras van Chalkí.
De kerk van Panagía in Chalkí. [Heb je Chalkí nog niet bezocht, dan moet je hier natuurlijk ook een kijkje nemen: het winkelstraatje van bij O Giánnis nemend, kom je in de omgeving van de kerk Panagía i Evangelístria i Protótronos uit: ze herbergt mooie wandschilderingen en vooral een schitterende ikonostási, maar ze is jammer genoeg meestal gesloten. Het meest kans heb je in de vooravond: dan kun je de papás soms de kerk zien openen om de vespers te zingen. Zo kun je van de schatten in de kerk en van zijn gezang genieten! Links van de kerk kun je het straatje even inwandelen om een kijkje te nemen bij de grote toren van de Pýrgos Grazía: boven de ingang zie je het wapenschild van de beroemde Venetiaanse familie Barozzi.] De bushalte bevindt zich rechtover de kerk.
Voor
de printbare versie
|
|