| Bezocht in 1971, 1972, 1984, 1986, 1987, 1990, 1995, 1997, 1999, 2002, 2006 en 2008 |
Wandelen en trekken op SANTORINI
|
|||
|
WANDELEN
ALGEMENE BOTEN SANTORINI WANDELINGEN (laatste aanpassing op 15 februari 2010)
6. Thirasiá: Ríva - Agriliá - Christós - Potamós - Manolás - Ríva 7. Vóthonas - Pýrgos - Profítis Ilías - Emborió 8. Vóthonas - Pýrgos - Profítis Ilías - Théra - Períssa ***
|
Samen met Mýkonos is Santoríni één van de
bekendste en dus ook één van de meest toeristische eilanden van de
Cycladen. De ontwikkeling van Mýkonos was al in de jaren '60 begonnen,
terwijl Santoríni (of Thíra) nog in de jaren '70 relatief weinig werd
bezocht, mede ook door de verwoestingen die de zware aardbeving van 1956
had aangericht. De opgravingen van Spiros Marinatos en de publicatie van
"Atlantis, the truth behind the legend" door A.G.Galanopoulos en
Edward Bacon in 1969 deden de belangstelling voor Santoríni bij archeologen
en het grote publiek groeien. Maar het was pas in de jaren 80 en 90 dat
het eiland door het massatoerisme werd ontdekt, wat onvermijdelijk leidde
tot een commerciële invasie in de mooie dorpen als Firá en Ia, tot een
echte bouwwoede, tot de aanleg van een vliegveld en tot een overbevolking
op de stranden. Maar, zoals op Mýkonos, blijven er ook op Santoríni, ondanks de drukte, magische plekken bestaan: de nauwe straatjes van Firá, de uitzichten op de vulkaan en de caldera - de loodrechte wanden die afdalen naar zee -, de oude trappen van Firá, Thirasiá en Ia, de zonsondergangen en de archeologische plekken van Théra en Akrotíri. Naast de vluchten van Olympic Airways zijn er talrijke bootverbindingen vanuit de
Piraeus: een drukke bootlijn met snelle en grote schepen
(meestal de Blue Star Paros) gaat in 8 uur over Páros en Náxos naar
Santoríni (vertrek rond 07u30, aankomst rond 15u00). In de zomer komen
daar snelle verbindingen met een High Speed bij (vertrek b.v. om 07u20 en
aankomst rond 11u30 - 12u00). De Blue Star 2 doet, op weg naar Kos en
Rhódos, ook Santoríni aan: drie maal per week vertrekt hij uit de
Piraeus om 19 uur, zodat hij iets over middernacht in Santoríni aankomt.
De rederij Lane verzorgt een andere verbinding tussen de Piraeus en
Rhódos, die over Mílos, Santoríni, Kréta, Kássos, Kárpathos en
Chálki loopt: vroeger werd die verzorgd door de Ierápetra en de
Vintséntsos Kornáros, nu door de Marína en de Miléna. De wandelpaden zijn niet zo talrijk op Santoríni, maar toch blijft wandelen de ideale manier om de drukte en het artificiële van het eiland te ontlopen. Firá, met meer naar het noorden en eraan gebouwd Firostefáni en Imerovígli, biedt een fantastisch balkon voor uitzichten over de zee en de vulkaan. Tracht er ook eens 's morgens vroeg en natuurlijk bij zonsondergang rond te slenteren. Het nieuwe prehistorische museum is een must! Van op het busplein (achter de hoofdkerk) vertrekken bussen in alle richtingen: Ia, Kamári, Períssa (via Pýrgos en Emborió), Akrotíri, enz. Op het Theotokópoulo-plein, net ten noorden van het busplein, vind je veel reisagentschappen en banken. Daal zeker ook eens te voet de "skalià", de grote trap met 588 treden af naar de oude haven: het is van hieruit dat je het liefst een oude boot neemt voor een daguitstap naar de vulkaan en Thirasiá. Ia was tot in de jaren '70 een charmant en vrij rustig dorp aan het noordelijk einde van de caldera. Nu is het plaatsje enorm uitgedijd en doet het ietwat kunstmatig aan. De beroemde "sunset" is wat overschat en vaak is de zonsondergang even mooi op andere plaatsen. De stranden van Kamári, Períssa en zeker de red en white beach in de buurt van Akrotíri zijn zeer druk in de zomer, maar vallen best mee in het tussenseizoen. Bij Akrotíri moet je zeker de opgravingen bezoeken van de oude stad, begraven door de uitbarsting van de 16de eeuw v.Chr. Mooie vondsten ervan zijn te zien in het Prehistorisch Museum in Firá, de mooiste wandschilderingen waren tot voor kort te zien in het Nationaal Museum in Athene. Ook de opgravingen van het oude Théra, gelegen op de heuvel van Mesa Vounó (366 m) tussen Kamári en Períssa, en het oude klooster op de Profítis Ilías (567 m) zijn erg de moeite waard. Een bezoek hieraan (niet op maandag!) kun je het best combineren met een wandeling vanuit Pýrgos of Emborió naar Períssa. Op wandelgebied biedt Santoríni, zoals gezegd, niet zoveel oude monopátia: de langste wandeling leidt je van Firá door Firostefani en Imerovígli naar Ia en biedt heel mooie uitzichten op de caldera. Ook het oude pad van op de top van de Profítis Ilías naar de heuvel waarop Théra lag, en van daaruit naar Períssa is echt de moeite waard; hiervoor kun je dus het best vanuit Pýrgos of Emborió vertrekken. In de reeks Road Edition bestaat er een verzorgde kaart op schaal 1:40 000 met aanduiding van enkele wandelpaden. De Anávasi-kaart (eveneens op schaal 1:40 000) die in 2007 verscheen is, in tegenstelling tot de vele andere goede kaarten van die reeks, teleurstellend. Thirasiá vormt samen met het hoofdeiland Santoríni en het minuscule Aspronísi de ring van de eilandengroep, met als centrum de vulkanische eilandjes Néa Kamméni (de eigenlijke vulkaan) en Paleá Kamméni. Maar Thirasiá is echt een andere wereld: praktisch geen toeristische ontwikkeling, nagenoeg geen stranden, weinig of niets te beleven. Alleen het haventje Kórfos en in mindere mate het hoofddorp Manolás worden dagelijks bezocht door de boten met toeristen die eerst naar de vulkaan zijn geweest. Maar gauw keert de rust terug en 's avonds is er niemand meer - het enige hotel in Manolás was in het voorjaar 2008 gesloten... Op 25 maart 2010 bezocht de 100 000ste bezoeker deze site!
|
Bij het binnenvaren van de caldera
Uitzicht op de vulkaan
De trap van Firá
Het haventje van Thirasiá
Zonsondergang vanuit Firá
De krater Dafni op Santoríni
De wijngaarden op de hellingen van de Profítis Ilías
Het monopáti van Pýrgos naar de Profítis Ilías |
||