Moní Zoödóchou Pigís - Panagía Kalamiótissa en terug
Beoordeling: Het gaat hier om een
unieke wandeling van het klooster van de Zoödóchos Pigí (de
Levenschenkende Bron), gebouwd op en mét de resten van een tempel van
Apollo, naar het klooster van Panagía Kalamiótissa, gelegen op één
van de toppen van de 461-m hoge Kálamos. Het bergachtig landschap
is werkelijk uitzonderlijk groots en maakt van deze wandeling een unieke
ervaring. Het uitzicht en de rust boven op de Kálamos zijn op zichzelf
al een reden om de verplaatsing naar Anáfi te maken. Verdient het
maximum van ****.
[Bijgewerkt door Raymond op 25 april 2011.]
Tijd: De wandeling van het lage naar het hoge klooster duurt een 65 minuten, de terugtocht iets minder- een totale EWT dus van 2 uur. Wij namen de bus in Chóra van half 12 en wandelden van half 1 tot 4 uur. In 2011 reden we met de auto tot bij het klooster en wandelden we van 11 uur tot half vier, dus 4 1/2 uur TWT, met een heel lange pauze op de top...
Routebeschrijving: [De bus vanuit Chóra stopt een eindje van het klooster, dat gebouwd is op een eenzame plek waar vroeger een tempel voor Apollo stond.]
Volgens de legende had de god Apollo het schip van de Argonauten op
hun terugkeer van Kolchis uit een zware storm gered door het eiland
Anáfi te laten oprijzen uit de zee... Als dank bouwden de Argonauten de
aanzet tot wat later een tempel zou worden. Volgens gevonden opschriften
werden ook Zeus, Asklepios (de god van de geneeskunde) en Afrodite hier
vereerd. Een "heilige weg" verbond de tempel met de oude
hoofdstad Anáfe, op de flank van de Kastélli.
Twee eeuwen geleden werd het "lage klooster" gebouwd bovenop
de resten van de tempel. Het klooster is recent gerestaureerd; men kan
er o.a. een mooie templo of ikonostási van 1830 bewonderen, naast de grote eetzaal en vooral de oude
iconen van het "hoge klooster", nu ondergebracht in een kamer
van het lage klooster - ze zouden dateren van de 12de eeuw! Op 8
september gaat hier een groot religieus feest door, de "panigýri".
Na het bezoek aan het "lage klooster" vinden we ons pad
links onder het klooster, tussen de oude tempelmuur en een gebouwtje en
wat bomen - er staat een duidelijk wandelbord! We gaan hier even naar beneden richting zee en zien dan het
pad verder rechts omhoog lopen. We buigen naar rechts en passeren dan tussen grote rotsen, waar we
ook de aanduiding [2] zien.
Het pad is eerder een bleek rotsachtig
spoor dat de heuvelkam volgt die in de richting van de linkse hoge top
loopt - loop dus niet op de lagere geitenpaden.
Na 11 minuten wordt het pad een duidelijker en vrij breed spoor en het slingert nu hoger en
hoger, met een mooi uitzicht op het lagere klooster.
(0u18) Enkele minuten verder wordt het grindpad weer een bleek rotsspoor en klimmen we weer in talloze slingeringen. De hoogste top van de Kálamos verdwijnt achter een meer nabije heuvelrug en duikt dan weer op, toch al iets dichterbij. In een eindeloos aantal bochten slingeren we hoger en hoger op dezelfde heuvelkam, soms begeleid door een steenmannetje of een vage rode pijl: Chóra duikt op in het westen, links ook steeds meer eilanden en dan Santoríni achter Chóra - het klooster ligt al diep onder ons.
(0u37) Bij bocht 32 is er een waterput, na bocht 41 buigt ons pad
definitief meer naar links, in de richting van de top. Na nog
eens 4 minuten komen we op een soort balkon, afgezet met een reling - we
hebben er een schitterend uitzicht op de 2 toppen en het vervolg van het
pad.
Na enkele minuten komen we op een tweede punt afgezet met een reling
en steeds hoger gaat het - van dichtbij lijkt de granieten top van de
berg nog vervaarlijker. Dan begint in enkele zigzags de finale klim en
na exact 65 minuten zijn we boven. Het klooster is al bij al nog vrij
groot, toch onverwacht op deze uitzonderlijke plek. (1u05)
Het klooster is zo'n 400 jaar oud, maar werd helemaal heropgebouwd na
de totale verwoesting bij de aardbeving van 1956. Nu is het verlaten en
zelfs de "panigýri" komt niet meer tot hier, na een zware
blikseminslag tijdens een religieus feest, vele jaren geleden.
Het uitzicht hier of van bij het zuiltje dat het trigonometrisch punt op
een hoogte van 461 m aanduidt, is werkelijk uniek. Eerst en vooral is er
het eiland zelf, van hier boven toch opmerkelijk dor en onbewoond. Dan
is er het zicht naar Chóra, met links het strand van Roúkounas en
ervoor de bruine richel met de steenhopen erop. Er is natuurlijk ook de
fantastische diepte naar de zee toe, tussen de 2-3 indrukwekkende
rotspunten.
Maar er is vooral ook het uitzicht over de eindeloze zee en de eilanden
rondom: naar het westen achter Chóra zien we Santoríni, met de
Profítis Ilías, het oude Théra, Períssa en Kamári - meer rechts
zien we Ios, dan verder naar het noorden Náxos met ervoor de kleine
Cycladen, het lange Amorgós en de witte stip van het klooster - nog
meer naar rechts, in het oosten, ligt Astypálea en naar het zuiden
alleen maar zee en zee, en soms, naar het schijnt, in de verte het
eiland Kreta!
(1u05) Na onze picknick ontrukken we ons met moeite aan deze magische plek.
De afdaling verloopt natuurlijk langs dezelfde weg:
- 17 minuten dalen we al bij al vlot af tot bij de onderste reling, het
klooster is al bemoedigend dichterbij
- we gaan hier links en na 5 minuten beginnen we aan de vele
slingeringen op de heuvelkam
- (1u40) na ongeveer 435minuten (bij een steenmannetje) lijken we al op de
hoogte van het onderste klooster te zijn. We lopen verder op een vlakker
pad, dat we zo goed uit de hoogte zagen, maar dat nu soms vaag is.
Enkele minuten verder komen we op een klein plateau, waar er enkele
grote cairns staan. We draaien er wat naar links; het pad wordt
moeilijker, door de erosiegeulen, maar verder is het weer breder en heel
duidelijk.
Na een 55 minuten zijn wen terug bij het klooster van Zoödochos Pigí. (2u00)