Wandeling rond Donoússa

Beoordeling: Een klein eiland als Donoússa (16 km2) maakt het mogelijk de omtrek ervan te bewandelen in enkele uren. Vanuit Stavrós maken we achtereenvolgens kennis met de dorpjes Kalotarítissa (nog 5 bejaarde inwoners...), Mersíni en Messariá. Jammer genoeg zijn oude paden nogal eens begraven onder - op dit eiland zonder auto's totaal nutteloze - brede grindwegen; dat is vooral een probleem in het deel tussen Kalotarítissa en Messariá. Het mooie aan deze wandeling is dat je kennis kunt maken met heel mooi uitgesneden kusten en 4 prachtige baaien en dat je kunt proeven wat echte eenzaamheid is. Negatieve punten zijn dat je enkele malen op een gewone grindweg terecht komt en dat je op de kortste weg tussen Mersíni en Messariá een niet ongevaarlijke klimpartij onder de voeten krijgt. Verdient  toch ***.

Tijd: Tenzij je op Donoússa logeert, kom je het best met de boot vanuit Amorgós. Dit gebeurt dan bijna zeker met de Express Skopelítis, die bijna iedere dag om 6 uur vertrekt uit Katápola en je via een stop in Egiáli in een goede twee uur naar Donoússa brengt. Heel waarschijnlijk kun je dan diezelfde dag rond 19 uur terug naar Amorgós - heel waarschijnlijk, want de wind kan in de loop van de dag opsteken en de Skopelítis kan beslissen de halte in Donoússa over te slaan... Controleer dus zeker het weerbericht voor je besluit een daguitstap naar Donoússa te maken. De totale wandeltijd bedraagt 4 uur: een goed uur naar Kalotarítissa, een 70 minuten tot bij de bron van Mersíni, een half uur tot aan het strand van Livádi en dan nog - naar gelang van de gevolgde weg - 40 tot 50 minuten naar Messariá en 35 minuten terug naar de haven. Deze 4 wandeluren maken van deze tocht een vrij lange dag, zeker als je wat tijd doorbrengt op één van de stranden die we onderweg ontmoeten. Daarom moet je een dag uitkiezen waarop de Express Skopelítis laat in de namiddag terugkeert van op Donoússa. Eerst goed navraag doen dus en ook je ticket voor de terugreis vooraf in Katápola nemen...

Routebeschrijving: We vertrekken van bij de havenpier en lopen noordwaarts en links van het strand door het dorpje van Stavrós - ga niet te hoog, maar wandel ongeveer vlak tot je rechts van de kerk van Tímios Stavrós komt. We nemen de geplaveide straat rechts van het geneeskundig centrum (iatrío) en nemen na 50 meter de geplaveide trap links omhoog (met wegwijzer naar Kalotarítissa). Zo lopen we het dorp uit en komen op een grindwegje terecht. Na 5 minuten en wat stijgen steken we een "hoofdweg" over en vinden we, rechtover, in de richting van een soort windmolen, een vaag rotsachtig pad, dat 50 meter verder tussen muurtjes duidelijker wordt. Dit pad buigt tussen de muren naar links en komt dan op een open rotsachtig terrein terecht: blijf niet ver van de linkermuur en hou de parasolboom voor ons op de noordoostelijke helling in de gaten. Daar komen we na 7 minuten langs, met onder ons een droge bedding; naar de kant van Stavrós hebben we een mooi zicht op Amorgós, de andere kleine Cycladen en het grotere Náxos.
Het pad loopt nu duidelijk en hoger de heuvelflank op, vervolgt dan ongeveer vlak net onder de kruin van de heuvel en gaat dan weer naar beneden. We kruisen de vallei en gaan direct rechtover omhoog (niet in de vallei blijven!), tot we komen bij de rotswoestenij van de nieuwe weg, die heel de vallei blokkeert. Noodgedwongen moeten we op deze brede weg blijven, die door het geringe aantal auto's totaal nutteloos is en hier en daar al verzakt... Zo gaan we verder omhoog in de richting van de pas. Na 17 minuten op de weg, in een scherpe bocht naar links, vinden we rechtdoor de resten van het oude pad. Ook als we de weg verder weer kruisen, kunnen we het pad rechtover verder volgen, links van de weg, en gedurende enkele minuten slagen we daar ook in, lopend in de richting tussen de 2de en 3de elektriciteitspaal van links te beginnen. Maar op de pas onder de Papasheuvel (383 meter) moeten we toch weer op de weg klauteren - die hier trouwens dood loopt, wat zal de toekomst nog brengen?
Het pad dat nu verder loopt naar Kalotarítissa in de diepte zien we tussen de 1ste en 2de elektriciteitspaal lopen, en nu wordt het weer makkelijk. Het monopáti loopt in een wijde boog en met een mooi uitzicht op het dorpje en de beschermde baai, licht dalend en soms net onder de heuvelkam - kijk soms eens over de kam, naar de grillige en steile kust en naar Náxos toe.

Uitzicht op de grillige kust van Donoússa.

Na een klein kwartier begint het pad slingerend af te dalen en na in totaal 25 minuten komen we aan in Kalotarítissa, een dorpje met een 10-tal huizen en met nog 5 bejaarde inwoners (mei 2003.
We dalen af tussen de huisjes en voorbij het kleine kerkje tot we bij de bruine, brede aarden weg komen. Eventueel kun je hier ook naar de 2 kleine strandjes...

Bij de bocht onder de zwaarste dubbele elektriciteitspaal kunnen we gelukkig nog het oude pad vinden, dat ongeveer halfweg tussen de zee en de streep van de nieuwe weg boven ons blijft lopen. Het loopt mooi tussen muren verder en na 8 minuten komen we op een rotsachtige driehoek, waar we niet rechts nemen naar de weg toe, maar waar we rechtdoor gaan. Na 50 meter, voor de hoek van een moestuin, gaan we niet rechtdoor (dat pad loopt dood bij een waterput), maar wel links de heuvel op op een vaag pad: het uitzicht op een rotsachtig baaitje met alle schakeringen van blauw is mooi.

Gauw komen we op de resten van een kalderími terecht, verbrokkeld, maar duidelijk herkenbaar door de steunmuren. Na weer 10 minuten gaan we op een rotsachtige plek verder links tussen 2 muren, maar uiteindelijk komen we toch op de nieuwe weg terecht.

Het pad langs de kust van Donoússa.

We volgen die weg nu 10 minuten: het is een brede weg, waarop 2 vrachtwagens zouden kunnen kruisen - hij loopt dus naar een dorp zonder auto's en met 5 inwoners... 
Een vriendelijke correspondent uit Bretagne, Hervé Eličs, schreef mij op 8 maart 2009 hierover het volgende: "La route est une véritable déchirure (inutile, pas de voiture) dans le paysage et cela est criant quand on découvre l' île du ferry. Nous avons bien connu cette île il y a prčs de 30 ans, avant que les subventions Européennes ne viennent la défigurer, nous en sommes trčs attristés; néanmoins, elle reste trčs belle, mais pas pour y rester: cette balafre faite ŕ la nature est trop importante. Il faut dire que ceux qui n' ont pas connu cette époque ont la chance de la prendre tel que sans le retour nostalgique sur image... Merci Bruxelles et ses Euro-députés, qui n' ont jamais mis les pieds sur Donoússa et qui ne les mettront jamais... "
De heuvels rechts van ons vormen een prachtig amfitheater; even voorbij de helft ervan, nu de weg weer stijgt en bij een pas gemetselde waterput, vinden we rechts weer een stuk van het oude pad - mis het niet. Na 5 minuten komen we fataal weer op de nieuwe weg terecht, die we nu 20 minuten moeten volgen.

Voorbij het hoogste, vaak winderige punt van de weg dalen we nog even, met zicht op Mersíni links van ons, maar, bij een scherpe bocht van de weg naar rechts, gaan we achter het vierkant gebouwtje van het pompstation op zoek naar een manier om af te dalen in de richting van het eerste huis van het dorpje. Bij dit eerste huis begint dan de steile en verwaarloosde trap naar beneden - we ontmoeten alleen kippen.
Voorbij het "dorp" draaien we rechts, nog altijd hoog boven de kust, en we dalen nog 5 minuten af op een slingerend pad in beton, tot we bij een prachtige bron onder een grote ahorn komen: er is een groot bassin en er stroomt veel water (10 mei 2003).



De bron bij Mersíni.

We wandelen na een rustpauze ongeveer 10 meter terug en door een gat in de muur gaan we links op een soort braak terrein: hier vinden we, links van een gebouwtje (met een zwaailicht!) en rechts van een paal met een elektriciteitsmeter erop, een vaag pad, met boven en onder ons terrassen met sporen van zonnepanelen. Het pad buigt naar links en daalt wat, wordt rotsachtig en daalt verder tussen verbrokkelde muren. Na 5 minuten, bij een parasolboompje, splitst het pad en gaan wij rechts.

[Als we links gaan, zouden we terecht kunnen komen bij een alternatief en piepklein strandje, links van de baai van Livádi. We komen tegen een metalen afsluiting terecht, die we even naar links volgen; bij het begin van de muur gaan we door een gat en komen zo op een roodbruin pad, dat we naar beneden volgen. Verder komen we weer tegen een metaaldraad terecht; aan het einde ervan dalen we even, om links van een pijnboompje tussen muurtjes terecht te komen. Het gaat nu wat moeilijk, maar rechts van de muurtjes lopend komen we toch vrij gemakkelijk bij het strandje. Het water is er kristalhelder en je kunt er ongestoord naakt zwemmen - er is niemand. Voor de rest van de wandeling keren we 10 minuten terug tot bij het kruispunt bij de parasolboom.]

Links nemend zien we al na 5 minuten het mooie strand van Livádi voor ons. We dalen nog 8 minuten af en ook op dit heel mooie strand is er buiten de toeristische topmaanden vaak niemand.

Het strand van Livádi.

Nu komt er een problematisch stuk, tussen dit strand van Livádi en het gehucht Messariá. Wij hebben hiervoor de rechtstreekse weg genomen, met de klim van op het strand naar de stomp van de windmolen op de kam, een mooie, maar moeilijke klim.
We wandelen dus naar het andere eind van het strand en, net voorbij een smalle (en vuile) kloof, gaat een vaag pad tegen de heuvel op, altijd in de richting van de eenzame boom en verder de stompe windmolen hoog op de kam van de heuvel. Je moet steeds hoger, maar NIET over muurtjes; links ervan moet je min of meer het pad zoeken... Na 20 minuten klimmen zie je de stomp van de molen weer voor je: we lopen er nu niet meer naartoe, maar we kunnen in een grote bocht eerst naar rechts en dan steeds meer naar links rond de heuveltop lopen. Aan de andere kant dalen we dan de grazige, ronde top af. Eerst zuidwestelijk naar de pijnboom en de tuintjes; na het eerste muurtje vind je een wegje en gauw kun je dan rechts naar beneden over een diep, rotsachtig pad naar de hoge cipres bij een waterput, daarna in westelijke richting tot op de grindweg. We gaan hier links, maar net voorbij de scherpe bocht naar links vinden we rechts een pad dat loopt tot bij de huizen van Messariá.

[Vind je deze klimpartij van een 25 minuten te veel, dan kun je van op het strand van Livádi terugkeren van waar je komt, via de weg tot helemaal in Mersíni, waar je dan, bij de kerk de grindweg - en soms ernaast het monopáti - in de richting van Messariá kunt nemen - tot aan dezelfde scherpe bocht naar links ...]

Van bij het laatste huis gaan we rechtdoor (niet op het beton naar links) en al na 3 minuten zien we ver voor ons de dubbele kerk van Panagía en dan het haventje opduiken. Het rotsachtige monopáti loopt in een wijde boog richting haven, met een mooi uitzicht op Náxos, de kleine Cycladen en Amorgós. Op dit mooie pad met soms duidelijke resten van de kalderimi dalen we 18 minuten vrij snel af, met links ook het strand van Kéndros voor ons. We komen op de weg, volgen even de bocht naar rechts en nemen dan na 20 meter de vage weg naar links, die naar Kéndros loopt. Na 20 meter nemen we weer rechts en omhoog op het smalle monopáti, links van de moderne weg. Na 5 minuten moeten wel wel weer met veel klauteren op de weg komen, maar na een 80 meter kunnen we weer van de grindweg omhoog naar het dubbele gewelf van de kerk toe. Ten slotte vinden we 20 meter voor de Agia Panagía rechts het brede monopáti dat tussen muren naar beneden loopt. Gauw gaat het over in een betonnen pad, nog altijd tussen muren, en na 8 minuten komen we op het mooie strand, links van de haven uit. Het is dan nog 2 minuten naar de taverne van Nikitas Markoulis, waar je de rest van de namiddag en vooravond kunt slijten en waar je iets kunt eten, vlak bij de haven - tot je de Express Skopelítis van ver kunt zien aankomen...

[Blijf je langer op Donoússa, dan kun je natuurlijk van deze lange wandeling twee kortere uitstappen maken: een tocht over en weer via dezelfde weg naar Kalotarítissa, en een tocht naar Messariá en Mersíni, om van daar af te dalen naar het strand van Livádi.
Om het beginpunt van deze 2de tocht te vinden, ga je als volgt: vanuit de haven loop je over het strand tot aan het eind ervan. Daar gaat een betonwegje omhoog tot de Panagía-kerk. Het wegje rechts er naartoe is verwaarloosd, 20 meter voor de kerk houden we dus links en gaan verder tot op de grote weg. Na 80 meter moet je dan wel wat klauteren om het pad te vinden dat naar de huisjes van Messariá loopt...]

 

Voor de printbare versie
met alleen de tekst
in één kolom
hier klikken.