Langáda - Stavrós - Chorafákia - Páno Mántra - Máchos - Langáda

Beoordeling: Dit is een heel speciale wandeling: terwijl het eerste deel het gewone pad naar Stavrós volgt (zie ook de wandeling Egiáli - Langáda - Agios Theológos - Stavrós en terug), volgen we daarna gedurende 1u45 de bergkam van het massief van de Kroúkelos, meestal zonder enig pad. Vanaf de molens van Máchos bevinden we ons dan weer op "vertrouwd" terrein (zie de wandeling Langáda - molens van Máchos en terug).
Deze wandeling is alleen geschikt voor wie niet aan hoogtevrees lijdt en voor wie enig avontuurlijk bloed in zich heeft - ikzelf heb het aangedurfd op aanraden van 

Opgelet: hoewel de wandeling nergens echt gevaarlijk wordt, moet men toch zeker enkele waarschuwingen in acht nemen:
- maak deze wandeling slechts bij heel helder en windstil weer
- maak deze wandeling zeker niet alleen, het liefst in een groepje van 3 of 4
- doe, zoals altijd, genoeg drank mee en draag zeker bergschoenen
- mocht het weer onzekerder worden, keer zeker op tijd terug, ten laatste van op de Chorafákia - verderop is terugkeren veel moeilijker, omdat de herkenningspunten in de omgekeerde richting moeilijk te vinden zijn.

Door de uitzichten in een werkelijk groots landschap verdient deze wandeling het maximum van ****.

Tijd: De effectieve wandeltijd (EWT) bedraagt 4u15: tot aan Stavrós is het 1u45, dan verloopt de tocht, zoals gezegd, gedurende weer 1u45 op de kam van de bergrug van de Kroúkelos en ten slotte is het nog een kleine 45 minuten van de molens van Máchos tot in Langáda.
Mocht je willen vertrekken uit Egiáli, dan wordt de tocht nog eens 2 X 35 minuten langer - en dat raden we echt niet aan.
De effectieve tijd van 4u15 betekent in werkelijkheid een totale tijd van ongeveer 8 uur (TWT): wij wandelden inderdaad zonder echt lange pauzes van 10 tot 18 uur.

Routebeschrijving: [We laten deze wandeling vertrekken in Langáda, omdat ze anders heel, heel lang wordt. Wil je toch in Egiáli vertrekken, dan verwijzen we je naar de wandeling Egiáli - Langáda - Stavrós en terug.
Ga je met de auto of met de bus naar Langáda, dan begint de wandeling op de parking.]

(0u00) Van op de parking gaan we in de richting van de kerk met de blauwe koepel en komen zo op het Loza-pleintje, waar je je nog kunt bevoorraden in de winkeltjes.
Daarna gaan we van op het pleintje in oostelijke richting naar beneden het dorp uit en weldra vinden we voor ons een mooie, betonnen weg, die afdaalt in de richting van de blauwe koepel van Panagía Epanochorianí. Na enkele minuten is er een dubbele splitsing: het smalle pad en de betonnen trap lopen links naar beneden, de vallei in en langs het dorpje Stroúmbos, wij blijven op het hoofdpad  en krijgen even verder een mooi uitzicht op Stroúmbos.

Het verlaten dorpje Stroúmbos.

Na weer 2-3 minuten laten we nog eens een zijpad links, terwijl wij op betonnen treden omhoog gaan. Er zijn nog twee zijpaadjes links en even verder is er een nieuwe splitsing: links buigt het betonnen pad naar Panagía Epanochorianí, rechts gaat er een oud stenen pad omhoog met een bordje dat wijst naar Agios Theológos (3km) en Stavrós (7km) - verder is er ook een roodwit plaatje [5].

(0u10) Wij gaan nu dit oude pad op, dat eerst mooi geplaveid is, maar later moeilijker wordt door de vele losse stenen - het blijft bewegwijzerd met [5]. Soms gaat het via een mooi gemetselde trap omhoog. We hebben mooie uitzichten op Panagía Epanochorianí en achter ons ook op Langáda, Tholária en het eiland Nikouriá - en het is hier zo eenzaam en stil! Rechts van ons zien we de indrukwekkende toppen van de bergrug van de Kroúkelos met net nog 3-4 molenruïnes van Máchos zichtbaar - daar zal straks onze tocht verlopen!

Het monopáti tussen Langáda en Agios Theológos, met achter ons de baai van Egiáli en het eilandje Nikouriá..

(0u20) Na nog eens 10 minuten komt een pad schuin van rechts; er volgt nu een smaller en vlakker pad - we zijn al 300 meter hoog. Na 9 minuten kunnen we even rusten op een stenen bank, maar dan gaat het weer de hoogte in.

(0u30) Er volgen nu 297 gemetselde treden, een prachtige klim met onderweg enkele wegwijzers. Dan komt er een vlak eind op losse stenen, en ten slotte komen we op een driehoekig veldje, met weer een wegwijzer: we kunnen hier in de schaduw van enkele bomen rusten.

(0u45) Het vervolg is heel aangenaam, licht stijgend, maar op losse stenen. Er zijn ook enkele recent geplaveide stroken en vaak is er zelfs schaduw, wat uitzonderlijk is op de Cycladen! Na weer 10 minuten komen we op meer open terrein, op een soort plateau, met een klein kapelletje (Agia Varvára) en met vóór ons het grote complex van Agios Theológos. Rondom ons is er een zee van gele bloemen (22 april 2010).

De omgeving van Agios Theoloógos.

(0u53) We lopen ongeveer vlak verder op een soms heel stenig pad, gaan door een hek in betonijzer en even verder houden we natuurlijk op het hoofdpad rechts.

(1u00) Zo komen we aan een T-kruispunt bij een witgeverfde stal: links gaat een stenig pad omhoog naar Agios Theológos (zie de wandeling Egiáli - Langada - Agios Theológos - Stavrós en terug), rechts gaat het naar Stavrós (Stavrós op een steen + [5]). 
We gaan dus rechts; na 2 minuten buigt het pad naar links, langs een zware muur.
Opgelet: na 5 minuten stuurt een bordje "Stavrós 40 minuten" ons naar RECHTS en na weer 4 minuten buigen we met de zware muur mee naar links. We blijven flink klimmen op losse stenen - goede schoenen zijn hier meer dan nodig.

(1u11) Na in totaal 11 minuten sedert de T-splitsing buigt het pad meer naar links - wij moeten links verder door een open afsluiting in betonijzer ([5] en rode stippen). We hebben een waarlijk schitterend uitzicht op Theológos, met links ervan Donoússa en verder links op de achtergrond Náxos. We klimmen geleidelijk en gemakkelijk, steeds hoger boven de kust in een woest landschap - aar toch is het nog een absolute verrassing als we op een kaap plots de grootsheid van de bergen voor ons en de diepte van de zee naast ons ontdekken. De streep van het pad verder voor ons ziet er bijna angstaanjagend uit.

(1u25) Nochtans is het pad op geen enkel ogenblik gevaarlijk en vorderen we goed. Er volgen nog enkele flinke klimstroken en we steken ook enkele kaapjes over.

Het pad naar Stavrós.

(1u45) En dan zien we plots de lage kapel van Stavrós voor ons, gelegen op een soort pas, rechts van de Pramateftís.. De kapel zelf is als het ware ingegraven in de rots en ze is gesloten; pas iedere 13 en 14 september komt deze plek door een bedevaart tot leven; anders is het hier een onherbergzame plek, zeker als het waait.

De omgeving van de kapel van Stavrós.

Eerst kijken we eens goed rond naar rechts: we zien enkele stallen rechts van de kapel en links van die stallen zien we op de helling een bruine streep: dat is ons pad!
We lopen dus links van de stallen - er binnen zien we tafels en banken in steen met het oog op de panigýri - en vinden daar gemakkelijk het begin van het bruine spoor. Kijk af en toe eens voor je uit om beter de algemene richting van het pad te zien. Even is er links van ons pad een muurtje, het lijkt zelfs op een kalderími...
De roodbruine kleur van het pad wijst op de nabijheid van mijnen. We klimmen gestaag en na 10 minuten komen we bij het eerste steenmannetje - we zullen er nu geregeld zien. De volgende top van de bergrug duikt al voor ons op en we lopen gemakkelijk verder tot we na 18 minuten bij een ruïne in een inzinking komen.

(2u03) Het pad verdwijnt, maar we lopen in dezelfde richting verder, zodat we een beetje onder de eerste top blijven. We richten ons wat rechts van de hoogste top, de Chorafákia, en zien gauw een grote cairn voor ons. We buigen nu wat meer naar rechts, zodat we erbij komen - we bevinden ons nu boven op de bergkam. 

De cairn bovenop de tweede top.

Hier zien we achter ons dat er ook al op de eerste top een cairn was. Van op de tweede top hebben we een schitterend uitzicht op het klooster van Agios Theológos, op een deel van Tholária, en op Donoússa en Náxos. Een mooie plek om te picknicken...

(2u07) We gaan verder op de pas, op pokdalige rotsen, dus recht naar het zuiden en de top van de Chorafákia. Na enkele minuten komen we door een doorgang tussen 2 stukjes muur, dan buigen we meer naar rechts zodat we nu lopen naar de hoogte rechts van de Chorafákia en rechts van een steile rotswand. We zien een steenmannetje op de kam uitsteken, passeren links van nog een grote cairn, stijgen naar de kam en komen zo bij de volgende grote cairn, op de plateaurand.

(2u14) Rechts van de top van de Chorafákia zien we al het geodetisch paaltje - en achter ons zien we nu duidelijk de drie toppen van de Pramateftís, de Zonarídia en de Pápas. We richten ons nu recht naar het geodetisch paaltje, wel uitkijkend naar de minst steile delen op de oneffen helling. Al na een kleine 7 minuten komen we boven, op een hoogte van 823 meter - op het paaltje zien we de datum 1955.

Raymond bovenop de Chorafákia.

Links zien we de vage vorm van Santoríni en meer naar rechts Ios. Aan de andere kant van de bergkam die we nu over de volle lengte van Amorgós zien lopen, liggen Irakliá, Kéros, Náxos en Donoússa.

(2u21) We gaan nu over de bergkam naar de cairn op de volgende hoogte. We lopen naar beneden en dan weer naar boven op zeer oneffen rotsen - let op hier niet te struikelen, sommige stenen zijn vlijmscherp. 

(2u26) Na 5 minuten zijn we boven en het panorama is hier zo mogelijk nog mooier: we zien de hele zuidkant van Amorgós, de enorme helling links met ver weg de twee typische rotsjes ter hoogte van het klooster en rechts het eilandje Nikouriá, de Kleine Cycladen en Náxos. De bergkam is hier maar 10-15 meter breed...

Schitterende uitzichten over de "ruggengraat" van Amorgós...

We gaan nu naar de zuidwestelijke rand van het plateau en dalen voorzichtig en al slingerend af in de richting van het verre Tholária: we moeten terecht komen op het lagere deel van de bergkam en daarna zullen we eerst drie hoogtes en dan de Páno Mántra oversteken.
Let op: we moeten niet helemaal tot op de kam die zich wat rechts van ons bevindt, lopen, want we zien een bruinachtig pad dat enkele tientallen meters links onder de kam loopt! Zo komen we gemakkelijk aan de inzinking vóór de eerste van de drie toppen.

(2u32) We volgen nu de helling onder de kam en het spoor wordt geleidelijk duidelijker. Uiteindelijk gaan we toch rechts tot op de nu heel smalle kam.

(2u39) Nu komt het moeilijkste deel: heel de tijd zullen we of op de kam of RECHTS ervan lopen. We vorderen eerst rechts van de eerste kleine top, klauterend tussen de rotsen, maar na enkele minuten klimmen we toch weer links naar de kam, die hier nu echt wel heel smal is. Zo komen we vrij vlot bij de tweede top, weer bekroond met een cairn. Ook hier een prachtig zicht op de baai van Egiáli, op Langáda en Tholária, op Nikouriá en de Kleine Cycladen.

(2u44) De afdaling in de richting van de 3de top is vrij steil: in de inzinking komen we weer op de smalle kam, maar de klim naar de volgende top is vrij gemakkelijk: en dan begint de heel rotsachtige kam die ons nog scheidt van de Páno Mántra.

(2u48) Hier voelen we ons weer verheven boven de hele omgeving, met uitzichten helemaal rondom ons.
De rotsachtige kam die nu komt volgen we heel voorzichtig: in principe lopen we op de kam, maar telkens als die te smal of te rotsachtig wordt, volgen we een makkelijker route RECHTS, aan de kant van Egiáli. Dat doen we zo'n 4-5 keer - het is de enige plaats waar we steun met de handen zoeken, maar NOOIT wordt het gevaarlijk.

(2u57) Zo komen we na 9 minuten in de laatste inzinking en nu gaat een rotsachtige, maar bredere helling omhoog tot aan de Páno Mántra, ook bekroond met een geodetisch paaltje. Maar ook op deze laatste helling klimmen we beter wat rechts van de kam- we zien het paaltje en weten dus welke richting we moeten aanhouden. Op het eind klimmen we weer op de kam zelf en komen we vlot op de top, 699 meter hoog. Vóór ons zien we eindelijk de molens van Máchos!

Viviane boven op de Páno Mántra

Rondom ons zien we (van links naar rechts) Astypálea, Anáfi en Santoríni (achter het kleine eilandje Anýdros) en dan (rechts van de kam) Ios, Irakliá, Kéros, Náxos en Donoússa. Ver achter ons zien we in de vallei nog altijd het klooster van Agios Theológos en meer naar links het klooster van Epanochorianí en de dorpen Langáda en Tholária.

(3u04) We dalen af naar een lager gelegen klein plateau, waar we langs enkele ruÎnes van stallen komen en rechts van een vervallen muur. Van aan de rand van het plateau krijgen we een duidelijk zicht op de molenrij. We dalen langzaam en voorzichtig af: de helling is niet echt steil, maar het terrein is heel moeilijk door de grote, scherpe, oneffen stenen.

Panorama op de molenrij van Máchos en Nikouriá.

Zo duurt het wel een goede 20 minuten voor we beneden in de inzinking komen bij twee ruïnes die ooit ook molens geweest zijn. Dit was het lastigste eind van de hele tocht!
We klimmen makkelijk omhoog tot bij de ruïnes van de 7 hoger gelegen molens van Máchos.

(3u31) Ook hier is het panorama schitterend, o.a. op Nikouriá in de schittering van de avondzon. Rechts zien we de rotsen van de baai van Megáli Vlycháda en rechts van Langáda de ruïnes van Stroúmbos. Links van Langáda zien we paden tussen muren lopen - daar moeten we komen!

De rij molens van Máchos.

Nikouriá in de avondzon.

Om het begin van de kalderími te vinden die afdaalt naar Langáda moeten we onderaan de VOORLAATSTE molen zijn: we zien er de verbrokkelde steunmuur die naar rechts afdaalt en die dan links en rechts slingert. Volg goed de bocht van de steunmuur. Na 4-5 minuten wordt het pad veel vager, maar eigenlijk blijft het slingeren en steenmannetjes tonen de bochten. Zo komen we na 12 minuten tegen een muur aan, maar ga niet te vroeg naar links... Ook als je langs de muur komt is het beter de slingeringen van het pad te blijven volgen, tot je op een makkelijker en vlakker pad langs de muur komt.

(3u46) Uiteindelijk komen we bij een bres in die muur: we gaan er links door en nu daalt het pad heel duidelijk af tot bij ruïnes van stallen en tot bij en heel mooi en breed dwarspad.

(3u50) We gaan rechts, maar het pad blijft heel stenig.

 

Het stenige pad naar Langáda.

Na weer 5 minuten komen we weer op een T-kruising, waar we links gaan. De afdaling blijft moeilijk en vermoeiend door de stenige ondergrond. We dalen heel de tijd naar Langáda, meestal in veel kleine bochten. Het pad blijft lastig en stenig tot het eind, waar we na 19 minuten op beton komen. Nog 2 minuten afdalen op betonnen treden en beneden aan de trap gaan we links, en wat verder rechts. Zo komen we op het parkeerterrein, ons vertrekpunt. (4u13) 

 


Voor de printbare versie
met alleen de tekst
in één kolom
hier klikken.